Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 49

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

OPENBARING EN REDE.

47

hebben met de Confessie van deze laatste. Luther heeft altoos geleerd, dat de Rede was die Bestie, die dood was en weg moest en waarvan geen goeds was te wachten; maar de Hervormden hebben deze meening steeds bestreden en gedurende twee eeuwen is daarover gepolemiseerd. Calvijn heeft zich dan ook in geheel anderen geest uitgelaten. Er de Canones, dat zeker de Rede ongenoegzaam

staat in

toe?

Tot de zaligmakende kennis van

God,

dat

dus allerminst zoo, alsof onze Rede onbruikbaar zou

kunnen doen Schaepman reeds

diensten zou

in

zijn

is.

Maar waaren

soteriologisch,

is

en niet uitnemende

de natuurlijke dingen des levens.

En nu

om de heeren doen gevoelen, dat het hier eene quaestie geldt, die op een ander terrein ligt dan waarop zij zich bewegen. De geachte afgevaardigde heeft dr.

gisteren daarvan iets gezegd,

te

uit

Zutphen, die gisteren zeide, dat de heer Schaepman zoo zwak was

in zijn rede, kon tot die minder juiste conclusie alleen daarom komen, dat hij de woorden van den geachten afgevaardigde uit Almelo niet had gevat. Deze toch had gezegd, dat de gestalte van den mensch geworden Zone Gods de zaak beheerschte. De geachte afgevaardigde uit Zutphen heeft de eerste woorden van die uitspraak

geweest

weggelaten, en daardoor getoond, de geheele portee van de redeneering dr. Schaepman niet te Hervormden aan de Rede

van

gehecht, dat een dat

met

man

als

vatten. als

Voorts

is

zoo weinig waar, dat de

zoodanig geen gewicht zouden hebben

Calvijn zegt:

„Wat dan? Zullen

wij ontkennen,

de waarheid den ouden rechtsgeleerden heeft toegestraald, daar

eene zoo groote

aan het

licht

billijkheid

zij

de burgerlijke orde en tucht hebben

gebracht? Zullen wij zeggen, dat de wijsgeeren blind

zijn

geweest, zoowel in de nauwkeurige beschouwing als in de kunstmatige beschrijving der natuur? Zullen wij zeggen, dat

gehad,

die,

de

zij

geen verstand hebben

redeneerkunst hebbende opgesteld, ons geleerd hebben

met redematigheid

spreken? Zullen

te

wij zeggen, dat

zij

uitzinnig zijn

hun vlijt ten onzen behoeve hebben aangewend? Wat zullen wij zeggen van allerlei wiskunstige wetenschappen? Zullen wij die houden voor sufferijen van „Dewijl het dan blijkt, verstandeloozen?" En dan volgt de conclusie. dat die menschen, welke de Schrift ziellijke noemt, zóó vernuftig en scherpzinnig zijn geweest in de naspeuring der ondermaansche dingen, zoo laat ons door zulke voorbeelden leeren, hoeveel goederen de Heere aan de menschelijke natuur, na van het ware goed beroofd te zijn, geweest,

die,

door

het uitvinden der geneeskunst,

heeft overgelaten".

Welnu, aangezien er juist van Hervormde zijde altijd zoo de nadruk op is gelegd, dat voor de natuurlijke zaken de Rede zulk eene ont-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's