Parlementaire redevoeringen - pagina 157
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
HAVENGELD TE KUINRE. Ik heb de
de Voorzitter!
Mijnheer
Meppel gegeven, en
cijfers,
155
door den geachten afge-
Memoriën, die van de Regeering zijn uitgegaan, niet zóó tegenover elkaar gesteld, alsof ik voor de laatste absoluut geloof vroeg en aan de eerste alle waarde ontzegde. Hij houde mij echter wel ten goede, dat tusschen eene mondelinge, geheel algemeene mededeeling van mij onbekende personen, en eene schriftelijke mededeeling van ambtenaren voor mij aanmerkelijk vervaardigde
De
bestaat.
schil uit
uit
die,
verstrekt in de
laatstgenoemde mededeelingen toch
zijn
alle
gegevens,
de plaats zelf herkomstig en daar verstrekt door ambtelijke personen.
En
als de geachte afgevaardigde wil dat ik gelijke waarde zal toekennen aan de losweg door hem gedane mededeelingen en aan de gegevens, mij verstrekt door de locale ambtenaren, en daaronder door den hoofdingenieur in de provincie, dan acht ik zulk eene beschouwing over de beteekenis van ambtelijk verstrekte inlichtingen daarom niet vrij van bedenking, omdat zij het vertrouwen in de zekerheid van onze geheele administratie op niet zoo onbelangrijke wijs zou schokken. Mijnerzijds moet ik daartegen dan ook ten ernstigste protesteeren. In de tweede plaats, waar de geachte afgevaardigde zegt, dat het ontwerp, waarop ik zoo straks doelde en dat in de Memorie van Antwoord op hoofdstuk V reeds is toegezegd, vermoedelijk in deze 4-jarige periode niet aan de orde zal komen, daar is dit van zijn zijde eene geheel ongegronde bewering en hij had althans niet in gebreke mogen blijven, de gronden aan te wijzen, waarop dit vermoeden steunde. Wat betreft de vraag, of ik genegen zou zijn, casu quo mede te gaan met eene wijziging van den termijn, kan ik niet ander santwoorden dan
ik zoo straks reeds deed, nl. dat ik er sta,
omdat
desnoodig
daan en
de Minister het altoos wijzigen.
te
hecht de
"Wordt
Kamer
in
er
volkomen onverschillig tegenover zijn hand heeft, later den termijn
echter een voorstel in dien zin ge-
er gewicht genoeg aan
om
er
mee mede
te
gaan, dan zal er voor mij geen onoverkomelijk bezwaar in liggen.
Ik
hebben
om
acht
5 jaren beter, vooreerst omdat wij dan beter den
tijd
de tweede
statistiek van de meting af te wachten, en omdat het metterdaad beter is, aan de Staten van Overijsel den
eene volledige plaats,
tijd
te laten,
om
in
de zaak
uit
eigen
initiatief af te
doen.
de geachte afgevaardigde nog gezegd: „men moet de meetbrieven maar vragen". Dat kan, maar dan moet eerst de verordening worden gewijzigd. De verordening bepaalt nu uitdrukkelijk, dat de
Ten
slotte heeft
schipper, indien
hij
den meetbrief
niet heeft,
met de schatting door den
Eén ding alleen begrijp ik niet best. Wanneer de ambtelijke taxatie, naar het oordeel van den geachten afgevaar-
ambtenaar kan doorgaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's