Parlementaire redevoeringen - pagina 279
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
WONINGNOOD wetten, onder het vorige Kabinet
277
stand gekomen, zijn hier ingediend,
tot
zonder dat de Kamer in staat gesteld is, de finantieele gevolgen daarvan te kunnen overzien. Dat die finantieele gevolgen zeer belangrijk zouden
kon men voorzeker reeds bij het behandelen der wet weten; wanneer men van zulke algemeene denkbeelden gekomen is
zijn,
maar
onder
het
tot
concrete
brengen van hetgeen noodig
cijfers
woningnood te wanneer men dan staat voor de den
voorzien,
komen
heid
draagt,
bij
zoo ernstig de
cijfers,
hoe die,
is
om
om
aan
in
En
groote kosten.
zaak
de
de heeren zullen het zich
zich
dat
zelf,
zijn,
hij
tot
uitvoering
alle
behoeften
zouden
als hij
kunnen
voorstellen
—
die de verantwoordelijk-
geen stappen wil doen, waardoor de vastraken.
Die
vreeze zou
zeker
de overtuiging deelde van de heeren, die
verwachting uitspraken, dat
de
gemeentebesturen
de
zaak
aanpakken.
slapjes zullen
Als ik
voor zich
onmiddellijk
Rijksfinantiën
vraag,
van Binnenlandsche Zaken,
Minister
de
straks
—
dan
aangroeien,
ziet
men van de
een krachtig doorvoeren van de wet voortdurend zullen
bij
zegt
niet
men
moet, en
voldoen,
te
schrikt
naga,
hoe deze wet hier
in
deze
Kamer
—
—
de quaestie van
aangenomen is gede autonomie der gemeenten er buiten gelaten worden met de sympathie van alle partijen, en dat in den lande en in de pers bijna niet anders dan aanmoedigend werd gesproken over het volgen van de aangegeven richting, dan vraag ik mij af, waar de gemeenteop uit zijn, de wet slapjes uit te gekozen door de kiezers? En als Zijn die voeren. allerwege de overtuiging bestaat, dat deze dingen met ernst en kracht onder de oogen gezien moeten worden, waarop grondt zich dan de dat de gemeentebesturen die dingen niet met ernst zullen vrees, besturen
zullen
te
vinden
zijn,
besturen
die er
niet
behartigen? Die vrees zou alleen
te
rechtvaardigen
zijn, als
de gemeente-
war konden geraken. De heele quaestie hangt dan ook onmiddellijk samen met de vraag, hoe de gemeentefinantiën, allengs gesteund en geholpen, afgezien van de Woningwet, zullen kunnen finantiën in de
blijven voorzien in de verschillende uitgaven.
Ik heb mij daarom afgevraagd, of er bij den huidigen stand van zaken wel ééne enkele gemeente is, die, tot groote plannen besluitende, niet bij het Rijk zal aankloppen, niet alleen om voorschotten, maar ook om bijdragen. De bescheidenheid van niet te durven vragen is een karaktertrek, waarvan ik in den korten tijd, dat ik hier sta, nog weinig
heb bespeurd die is
;
eerder kan ik getuigen van blijken van schaamteloosheid,
op dat stuk om den hoek komt kijken. ook van toepassing op gemeentebesturen.
Het „pauvres honteux" Het is niet in mij opge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's