Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 97
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
Hfdst. III. § 49.
2.
daarom
vatten, dat ik
JOHANNES DAMASCENUS.
niet ten onrechte als
Tlijy?;
yvcóatmg betitel."
Dat desniettemin de dogmatiek hem hoofdzaak is
alleen daaruit te verklaren, dat
dat
uit,
komt
zijn
Augustinus
niet, gelijk
hij
blijkt te
zijn,
hem
de heilige mysteriën voor
het hoogst in waardij staan. Hierin echter
dische opvatting
89
encyclopae-
e. a.,
destudia
gentilium en de theologische studie, in den vorm van Schriftstudie,
heterogeen naast elkander
als
Het begrip philosophie (p.
maar beide ophaalt
stelt,
de algemeene behoefte aan kennis, die ons
uit
71),
is
en
theoretica,
als Ittiotijiuj IniOTrjfitov
waaronder èn de profane èn de
het algemeene begrip,
heilige studiën thuishooren.
deels
hem deswege
Deze philosophie
is
onder deze theoretica
hem
dat onder Theologie te verstaan
sophie, dat zich bezighoudt heeft.
De
deels practica,
plaatst
Physica en de Mathesis, ook de Theologie. Dit definitie,
ingeschapen.
is
zij
hij,
leidt
met de
hem
tot
de
dat deel der philo-
met hetgeen noch materie, noch vorm
physica beschouwt de dingen van hun materieele
zijde,
de mathesis van hun formeelen kant; maar dan zijn er buitendien nog dingen (hij noemt Qtöv, ayyékovg ttccl ipv/uS), die noch materiam noch formam hebben (ju uocóiiutu xal cevXa), en deze zijn het voorwerp van de Theologie. Een opvatting, die ook Hugo heeft, maar minder scherp belijnd. Reeds deze classificeering van de Theologie onder de philosophie toont, dat Johannes ook aan de studiën
heidensche
der
desaangaande studiën
der
(p.
wijsgeeren
„Eerst zal ik
4);
gevierde
heidensche
waarde toekent. Hij mededeelen, wat mij
wijsgeeren
zegt in
de
uitstekendste
het
dunkt; omdat het voor mij vaststaat, dat al het waarlijk goede
door Gods gunste aan ons, stervelingen, bij
daarom saamlezen,
wil ik
nabij kwam,
wat
alles
mag, rijg
en
zal
den naam van wetenschap
uitscheiden"
ik
hij,
wat aan de waarheid het
door mijn vijanden laten verkwikken
niet deugt, en
ipeudovvfiov
bespeurt
mij
al
geopenbaard. Als een
is
i/óinror
evenals
(anoTtéfixpofuxt
ypcóoicog)
Gregorius
p.
4.
öè
nap
Ook
in
S3
n
niet
dichtst ;
maar
dragen
qxxvXov,
/.<<
de wetenschap
van Nyssa, twee heerschendc
meesters; eenerzij ds God, die ons waarheid openbaart, en anderzijds Satan,
vervalscht.
die ons leugen opdischt of de geopenbaarde waarheid
Diensvolgens moest dan
zijn
taak ook wel drieërlei
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's