Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 161

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

2.

BULLINGER.

Hfst. III. § 66.

153

gezag der H. Schrift bevestigen of verklaren kan. „Per haec omnia confirmatur, auctoritatem Scripturae non ab hominibus sed ab ipsa Scriptura ortum habere" (p. 88). Ja, zoo het

oordeel

„Quaecunque

beslist staat Bullinger hierin, dat hij betuigt:

Biblicis literis adversantur, aut

ex

illis

et aliena sunt,

concludi et demonstrari possunt, quamvis

contraria

literis

ab his diversa

vel

nunc docet

scribit,

et

vel

nee

qui sacris

is,

olim docuit,

signa et prodigiosas res

sanctus pariter et eruditus,

sacris

sit

faciat, visa

attamen haec omnia, ut nullius neque approbari debent, verum abroganda,

et revelationes ac oracula habeat,

momenti neque damnanda et fugienda sunt" credi,

(p.

15).

Hiermee was encyclopaedisch vermenging

de zelfstandigheid der Theologie gered en tegen alle

met de profane wetenschap een dam opgeworpen. Hoe gebrekkig dan ook de rangschikking van zijn loei zij, er spreekt toch uit

Compendium een

zijn

te

toeleg,

plaatsen. In zijn geschrift:

deze

in

de Christelijke

religie

systeem

en wereldbeschouwing tegenover wereldbeschouwing te

zien,

excellentisimaque

nitate,

om

vastigheid

De Sacrac

authoritate

Scripturae praestantia, dig-

Tiguri

(ed.

157

1)

heeft

hij

Theologie nog breeder toegelicht, en met

der

name tegen Rome en de Anabaptisten verdedigd. Reeds in 1549 was Bullinger's jeugdige bezieling voor de glorie van het Humanisme dan ook heel wat geweken. Hij had ingezien, hoe

innerlijk hol deze

dan ook

niet

in

zijn

schoone verschijning was, en

Commentaar op den

(ed. Tiguri, 1549. p. 131) te schrijven

verborum

lenocinio,

artibus,

:

eersten

„Quis dicere

hij

aarzelde

Cor'uithcrbrief ausit,

mundum

rhetorum syllogismis et splendore

philosophico in Christianam pellectum esse disciplinam, qui videat

authores huiusce disciplinae primarios homines extitisse simplices, Quod hactenus nulla idiotas et mentiendi prorsus ignaros ? .

potuit sine (p.

in

orbe philosophorum eruditio et

.

.

rhetorum eloquentia,

id

negotio impetravit piscatorum stulta de Christi praedicatio" humanistische 131). Zoo zijn dan ook Bullinger ten slotte de

studiën slechts hulpmiddel voor de Theologie geworden; studiën,

op eigen terrein haar onvergankelijke waarde behouden, maar niet, gelijk het Humanisme bedoelde, de Theologie in zich mochten

die

opnemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's