Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 92
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
84
HUGO VAN
Hfst. III. § 48.
2.
ST
.
VICTOR.
geheel ander en veel rijker theologisch leven in de Westersche
Kerk begon
te
De
ontluiken.
wereldsche wetenschap staat nu
met zekere pretentie van zelfstandigheid naast de maar is geheel in het kerkelijk kader ingelijfd; en welk een eerbied ook Hugo nog voor de Ouden bezielt, toch langer
niet
kerkelijke,
genoeg,
als Christen reeds sterk
zich
voelt hij
te kiezen, daarin vooral uitkomend, dat
Gods
Het
het kader onzer kennisse opnam.
in
meer een
scientia,
wereldsche
vindt,
haar eigen terrein
die
om
eigen paden
de mystieke kennisse
hij
in
bij
is
daarnaast een gevoelsleven, dat
en
hem
niet
de sfeer van het iets heel
anders en veel hoogers najaagt; maar de mystiek zelf wordt als middel,
om
kennisse
erlangen, in vaste verhouding tot den
te
Op
arbeid van het intellect gebracht.
van
bezigheid
alle
volstrekten
plateau
onzen geest, maar
om
beklommen. De bezigheid van onzen geest begint met
op het terrein der
cogitatio
Hierdoor dringt onze
arbeiden.
te
Aldus gewapend klimt
geest in het schema der dingen.
het hooger terrein der meditaüo, dat den
en
in zichzelf
En
eerst
tot die kennisse in
moet telkens een hooger liggend
geraken,
te
zin
kennisse Gods doelt hier
zijn
kennis subjectief in
na aldus geoefend
zijn
hij
op
mensch doet inkeeren wezen laat indringen. hoogste
te zijn, bereikt hij eindelijk het
plateau, dat der contemplatio, waaruit zijn geest zich rechtstreeks
op God
zelf
kan
richten.
Reeds
hierin ligt niet alleen een
metho-
in maar evenzeer een encyclopaedische zooverre aan ons weten nog een ander fundament wordt ondergeschoven, dan de waarneming en de daarop gebouwde logische
gedachte,
dologische,
Dit bepaalt tevens de verhouding, waarin
deductie.
tegenover de ratio plaatste.
ziel,
wat de
die
wordt
hij
de fidcs
niet uit
op haar bovennatuurlijk voorwerp berekend
ratio
komen, en zijn
fides
de
geboren, maar grijpt haar voorwerp door een eigen kracht
ratio
der
Immers de
te
heeft zien,
noodzakelijkheid
te in
doen,
is
hoeverre
slechts
zij
is.
En
achter de fides aan te
het voorwerp des geloofs in
en innerlijken samenhang begrijpen kan.
Dit nu kan daarom slechts ten deele gelukken, omdat de voor-
werpen van het geloof wel deels
maar ook
tot
de opera creationis behooren,
deels supra naturam gaan, en
daarom ook supra rationem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's