Parlementaire redevoeringen - pagina 92
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
90
vele rangen en standen
volk
in
dat,
wanneer
op die wijze
het
— 1902.
doordrongen geworden van het besef, doorging, geheel ons maatschappelijk
samenstel zou worden aangetast. De middenstand en de arbeidende klasse hebben zich aan onze zijde geschaard, om tegen dat kwaad het noodige
en wanneer van sociaal-democratische zijde aan de arbeiders, die aan de zijde van de Roomsch-Katholieken en aan de zijde van de anti-revolutionairen staan, verweten wordt, dat zij toch eigenlijk
verweer
stellen,
te
onder eene andere macht staan, onder mannen, die voor de hoofdzaak geen oog en geen hart hebben, dan zou ik aan de sociaal-democratische partij wel eene vraag willen doen. Wanneer het metterdaad zoo is, dat laten wij nu zeggen van Patrimonium en van den de arbeiders
—
— zich geplaatst vinden voor de keuze,
Roomsch-Katholieken Volksbond eene betere sociale positie
of
te
krijgen,
voor hun geloof pal te en men stoffelijk goed;
geloof, of liever
een
offer
in
omgekeerd
zijde
uw
:
maar met verzwakking van hun maar met het brengen van
staan,
zegt van sociaal-democratische
geloof zal wel volgen,
bekommer u daarover
niet,
maar ga met ons mede, want wat op den voorgrond moet staan is de waar staat het karakter dan hooger, bij die arbeiders aan onze zijde, die stoffelijk voordeel prijs geven om hun geloof en
stoffelijke zijde
;
—
handhaven, of
belijdenis te blijven
bij
hen, die het stoffelijk voordeel zóó
op den voorgrond stellen, dat dat geloof en die punt hun onverschillig worden?
belijdenis
op hun stand-
Mijnheer de Voorzitter, dat de heer Schaper hedenzoeken aan te toonen, dat het standpunt, waarop de sociaal-democraten in deze Kamer zich plaatsen, niets met geloof en weet
Ik
morgen
wel,
heeft
ongeloof
maken
te
een
ongeloovige
ten
goede,
dat
orthodox geloovige evengoed als hem zou kunnen medegaan, maar hij houde mij
heeft en dat een
met mijns
inziens het door
hem deswege
geleverde betoog
de vraag, of niet iemand, die orthodox den Heiland belijdt, bij de sociaal-democraten zich aansluiten en veel van hun schoone stellingen aanvaarden kan, eenvoudig omdat hij den
geen oogenblik steek houdt.
wortel
niet
maar veeleer
kent is dit
van
Het
is
niet
de plant, waaraan die stengels
de vraag, of
al
dan
niet
zijn
uitgewassen,
de quaestie van geloof en
ongeloof principieel met het wezen en de natuur van de sociaal-democratie
samenhangt.
Dit
laatste
het steeds de tegenstelling
is
het
wat ik beweer.
Ten
slotte is
tusschen de geestelijke en stoffelijke nooden
op den voorgrond dringt en door de sociaal-democraten altijd in dien zin wordt opgelost, dat de stoffelijke dingen moeten voorgaan, terwijl in onze wereldbeschouwing de geestelijke
en behoeften,
alles
die telkenmale
beheerschen.
zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's