Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 334

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 334

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

,26

apriorisme

LATOMUS EN VILLA VINCENTIUS.

Hfst. III. § IOO.

2.

ten

de

van

opzichte

het recht der historie

Schrift

handhaafde; maar een eigen standpunt neemt

Wel zijn

vindt

De

recte

men

dit

formando

hij

niet in.

Laurentius de Villavicentio,

bij

theologiae studio libri

in

IV, Antwerpiae 1565

en Coloniae 1575, althans voor zooveel men dit zijn eigen werk noemen kan. Eigenlijk toch deed Laurentius weinig anders dan Hyperius' Encyclopaedie meestal

met inlassching van

en

van wat kettersch klonk,

kerkelijk standpunt. Dupin, die zijn

Methode pour etudier

kaak

stelt,

verzuimt

op

als falsaris

merken, dat

te

(p.

Théologie (Parijs 17 16) dit

la

feit

3)

voor

aan de

terdege doorstrijkt,

door

juist

eigen

zijn

den Avertissement

in

en deswege Laurentius

echter

kopieeren, met uitlating

letterlijk

plagiaat, in

dit

verband met de uitlatingen en wijzigingen, Laurentius' eigen standpunt uitkomt.

Ook

Laurentius namelijk zag het gevaar

dat van vrijere theologische studie voor de vatte

uitnemend wel, dat

dit

gevaar niet

door andere studie te bezweren

alleen

om

Latomus' denkbeeld,

is.

Kerk

in,

maar door mindere, maar Hij verwierp daarom dreigde,

de hoogere studiën aan enkele weinigen

over te laten en het gros der geestelijken slechts practisch af te

ook voor de

richten. Integendeel, hij ziet alleen in degelijke studie,

Roomsche

Theologie,

In zooverre zelfs geeft

heil.

humanistische eischen toe, dat philosophie niet alleen,

op tegen

heeft,

Schriftstudie

hij

zeer ernstig op beoefening der

hij

maar ook der

talen aandringt, en er niets

dat de aanstaande theoloog onverwijld

Doch

beginne.

juist

eisch.

Ten

den Christus,

met de

deze meerdere weten-

opdat

schappelijke kracht niet op een dwaalspoor gerake,

tegenover drieërlei

aan de

stelt hij hier

eerste, dat alle theologische studie

spreekt door de cathedra

uitga

van

Petri,

en door deze inspiratio perpetua zelf het recht verstand der

H.

Schrift

aan

orthodoxie onverdacht uitloope

uit het t.

w.

dat de studie der H. Schrift

hand van goede commentaren, wier

de

En

is.

op dogmatische

noch de rechten der

Hij

Ten tweede,

aangeeft.

geoefend worde

gelijk

ten

studie,

traditie,

oog mogen worden

en

derde, bij

dat

alle

Schriftstudie

deze dogmatische studie

noch het gezag van de cathedra Petri verloren.

Hierin nu

het beginsel der kerkelijke autoriteit,

ligt

een beginsel,

dat niet van de uit-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 334

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's