Parlementaire redevoeringen - pagina 367
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
STAKtNGSWETTEN.
—
365
dat de Regeering blijft bij wat zij verklaard heeft in de Memorie zonder een haar breed af te wijken van Antwoord, namelijk, dat zij van het eens door haar gestelde doel of van het beginsel, dat zij zich
Stapt
,
—
—
tegemoetkoming in het gemeen overleg heeft willen plegen. Ik veroorloof mij, in verband hiermede, aan den heer Mees zelf nog eene enkele vraag. Hem ontviel, zou ik haast zeggen, de opmerking, dat, als de Regeering maar van meet af gekomen was met datgene, waarmede zij nu kwam, zij veel ergenis en bitterheid zou bespaard stelde
hebben.
Ik
zou dien geachten afgevaardigde wel willen vragen, of dit, Het komt mij indien de oppositie acht, dat de Regeering in het gedat,
parlementair antecedent, eene gelukkige uiting was.
als
toch
voor,
meen
overleg haar
concessiën
cessiën zwijgend te boeken,
doet,
zij
maar daar
het veiligst gaat
niet
over
te
met die con-
triumfeeren. Immers,
wanneer men over de door de Regeering aan de oppositie gedane gesteld ze waren dat te luid gaat triumfeeren, maakt concessiën aan een Kabinet niet gemakkelijk, in gemeen het vervolg het in men overleg te handelen, gelijk de geachte spreker meent dat de Regeering
—
gehandeld
—
heeft.
Eene hoogst welwillende houding heeft ook de heer Rink tegenover de ingediende ontwerpen aangenomen. Alleen behield hij zich voor,
— te
en
dit
is
zijn recht --, eerst dien
algemeenen maatregel van bestuur
moeten gezien hebben, alvorens op grond daarvan
te
kunnen conclu-
deeren. Nu moet al dadelijk op den voorgrond gesteld worden, dat dit op het standpunt van de Regeering niet noodig is want wij houden vol, wat immers in de Memorie verklaard is, dat het recht der Regeering om ;
Strafwetnovelle in te dienen, niet afhankelijk mag worden geacht van het publiceeren van dien algemeenen maatregel van bestuur. Maar nu die geachte spreker op zijn standpunt meent, dat het geven van zijn stem aan die Strafwetnovelle wel daarvan afhankelijk moet gesteld worden, is het even begrijpelijk, dat hij eerst het stuk wenscht te zien. Alvorens daarop nader in te gaan, zij het mij veroorloofd, even te Er werd nl. aldus rescontreeren wat in verband daarmede is gezegd. geredeneerd: wanneer de Regeering eenmaal verklaart, het wenschelijk
de
te
achten,
mag
zij
de rechtspositie van het spoorwegpersoneel beter te regelen, niet overgaan tot het indienen van wat ingediend is, tenzij
daaraan vooraf
is
voldaan. Daartegenover wensch ik
te
doen opmerken,
naar het mij voorkomt, die geachte spreker bij dezen gedachtengang de begrippen van wenschelijk en noodzakelijk niet scherp genoeg
dat,
uit
elkander hield.
Wat den algemeenen
maatregel van bestuur
betreft, heeft
de Regeering
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's