Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 467

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 467

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

DE EEDSQUAESTIE.

Aan een

worden.

voorgelezen

dat doel komt, vraag ik, of

en of

ieder,

men hem

die

465

op mijn Departement voor

dat stuk ter lezing heeft verstrekt

het gelezen heeft en weet wat er in staat.

hij

Het spreekt vanzelf, dat dit aanleiding moest geven tot van de vraag, of dat zoo blijven moet. De papieren van bleek

tement naziende,

onder

uw

leiding,

heid gestooten

is,

genomen

hand

gebracht. Dat

al

het stellen het Depar-

spoedig niet slechts, dat ook het Ministerie

Mijnheer de Voorzitter, indertijd op diezelfde zwarigmaar ook, dat toen reeds door dat Kabinet de zaak ter en in een eerste stadium van voortbeweging is

van genoemd Ministerie opgemerkt werd, behoeft wekken. Het was zelfs zeer natuurlijk, omdat

juist

dit

geen verwondering

te

voor een Kabinet, dat de Christelijke beginselen belijdt, het vraagstuk van den eed vanzelf eene hooge en ernstige beteekenis moet hebben. Beproevende, als ik 't zoo mag zeggen, binnenskamers die zaak tot afdoening

Er

brengen,

te

diende

eenheid

ander mengen. komt,

tuiging niet

orde

de

is,

stelle

en

vattende

Althans

is

den eed van getuigen, den opge-

niet

fiscalen

lichamen,

noodzakelijk,

op

den

eed,

ambtseed,

door

wijzen

allerlei

men

indien

den elk-

de over-

tot

de tegenwoordige toestand ten aanzien van den eed

dat

houdbaar

spoedig gebleken, dat het zóó niet ging.

den

rechter,

vertegenwoordigende

van

eed

den

bij

al

ernstige quaestie als die van den eed zekere

Men moet

bestaan.

te

eed

legden

ons

is

zoo

eene

in

dat

dit

vraagstuk terdege onderzoeke en aan

eene om-

tot

beschouwing van de zaak aanleiding kan geven

ernstige

en zóó kan leiden

men

de Staten-Generaal op eene wijze, die

in

eene definitieve oplossing.

tot

Ik wil wel, wat mij zelf betreft, zeggen, nog geheel op het standpunt te

staan,

ik

voor mij

nomen dan

in

ben,

ook

hebben, alleen

dat,

geldt

dit

standpunt

met den tegenwoordigen toestand maar hem metterdaad onhoudbaar

niet

met die leden,

die

ingestemd

mijnerzijds

den inhoud andere

1896 hier door mij ingenomen, op

wanneer men eenmaal

quaestiën,

de eedsformule, die

acht.

er

n.1.,

dat

niet inge-

Geheel wordt op gewezen

die quaestie gaat regelen, het niet

het facultatief of obligatoir stellen,

van

alleen

de

maar ook wel terdege

tab ijkheid

van

de

eeden,

en

er mede samenhangen en tevens zullen moeten

worden uitgemaakt. Nadat alzoo

in

den

boezem van

het Kabinet die conclusie

was ge-

de behandeling van het wetsontwerp, dat door den Minister van Justitie is ingediend, tot wijziging van de eerste zes titels van het vierde boek van het Burgerlijk Wetboek, de vraag maakt, moest vanzelf

worden overwogen,

bij

of hetgeen door de Staatscommissie voorgesteld

30

was

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 467

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's