Parlementaire redevoeringen - pagina 398
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902
396
— 1903.
oben offener Schmauchöfen zum Transporte geformter (auch getrockneter und gebrannter) Steine, soweit die Steine in Schiebkarren oder ahnlichen Transportmitteln befördert werden und hierbei ein festverlegtes Gleis oder eine harte ebene Fahrbahn nicht benutzt werden kann." Men gevoelt, dit lezende, toch, dat ook hier een nieuwe toestand in De eenige moeilijkheid, waarvoor het leven geroepen moest worden. ;
stond, was deze, werd ontworpen en
mijn Departement eene nieuwe Arbeidswet op zich zelf de zaak dus liever had laten rusten totdat zij bij de behandeling van dat ontwerp in deze Kamer zoude worden besproken. Dit zoude om twee redenen beter zijn geweest. Ten eerste kan nu alleen gehandeld worden krachtens art. 4 van de dat
ik
Komt
Arbeidswet.
de
orde,
dan
zal
gezichtspunten
maar
zullen
te
door mij genoemde ontwerp van wet hier aan
het
men
geheel
vrij
zijn,
Ten tweede
regelen.
de zaak
zal
dan
uit
sociale en andere
niet alleen
de Minister,
ook de Staten-Generaal, wier medewerking wordt ingeroepen,
verantwoordelijk niet
bij
dat ik
zijn.
Maar na de mededeelingen
wetende, hoelang het nog
naar het Staatsblad gaat, heb ik
in
de rapporten, en
kunnen duren eer de Arbeidswet gemeend, voorloopig reeds te moeten
zal
ingrijpen.
Op niet
de vraag van den geachten interpellant, of ik
zou
willen
aan
toetsen
zijn
mededeelingen
de rapporten van de inspecteurs, kan ik
bevestigend antwoorden. Ik zal dit zelfs gaarne doen. Ik ben steeds dankbaar voor mededeelingen, die men mij hier doet, mits men maar niet van mij eischt, dat ik ze op het oogenblik, dat ik ze verneem,
munt
aannemen. Als die mededeelingen, na nauwgezet onderzoek, blijken de zaak te kunnen dienen, dan zal ik er gebruik van maken. Ik stel mij dan ook voor, de zaak opnieuw te doen onderzoeken en zelfs een persoonlijk bezoek aan de steenfabrieken te brengen, om mij uit eigen aanschouwing een nader en vaster oordeel te vormen. Echter wensch ik mij voorloopig met geen enkel woord uit dadelijk
te laten
voor
goede
zal
over hetgeen van een en ander het gevolg Handelingen,
Vergadering van
Mijnheer de Voorzitter
!
De
17 Juni
zal zijn. blz.
1241
— 1245.
1903.
geachte afgevaardigde, de heer
Van Wijck,
heeft er zich over beklaagd, dat de Regeering niet toegegeven had aan
het
verlangen
van de steenfabrikanten aan den
IJsel
om
inzage
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's