Parlementaire redevoeringen - pagina 165
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
RADEN VAN BEROEP.
163
schenken aan werkgevers en werklieden en dien invloed voor zoover het mogelijk was, te laten werken. De heer Tydeman moet zich niet verontschuldigen met te zeggen, dat er over die materie destijds weinig debat is gevoerd en hij moet het niet doen voorkomen, alsof d Vimprovisie die gedachte opgekomen en onverhoeds
invloed
te
en
hier,
aangenomen is. Drie maanden vóór de behandeling der wet is het amendement der Commissie van Rapporteurs ingediend en daarna is het mondeling overleg met de toenmalige Ministers dit punt breedbij is aan de Kamer mededeeling den heer Tydeman ernst is met zijn bezwaren, van af met de verklaring, dat hij, gelijk hem bij nazien
voerig behandeld en van het verhandelde
Wanneer
gedaan. is
er
hij
niet
het
—
er tegen heeft gestemd, als men dat na moet zien, is ook zoo niet in geweest maar had hij, toen de zaak aan de orde kwam, moeten opponeeren. Ik meen dus te mogen zeggen, dat opmerking weinig steek houdt. Ook meen ik den afgetreden die Minister van Justitie min of meer in bescherming te moeten nemen. Toen hij geroepen werd, een ontwerp gereed te maken, dat lichaam zou geven aan eene gedachte, die hem tegen de borst stuitte, maar door de Kamer met groote meerderheid gevoteerd was, heeft hij, voor zoover ik kan zien, eene loyale poging gedaan om aan het voorschrift, dat in de wet was opgenomen, uitvoering te geven. Intusschen was het stelsel van eigen aangifte, door hem in zijn wetsontwerp voorge-
is
gebleken,
men
—
er
een
dragen,
—
stelsel,
dit
,
geef ik den heer
Tydeman
toe
—
,
dat in
de toelichting min of meer overboog naar het denkbeeld van de practische
maar
technici,
dement
dat
om
zijnerzijds
niet
Maar,
lag.
de oorspronkelijke bedoeling van het amennu daargelaten, was het eene serieuse poging
in
dat
aan eene beslissing, die
in
de
Kamer genomen
was, gevolg
geven.
te
Nu
trad
dit
Kabinet op en vond
dit
ontwerp.
Wanneer men ons
wetsontwerp vonden, met het stelsel van eigen aangifte bijster waren ingenomen, dan zal men ons wel willen gelooven, wanneer wij zeggen, dat dit niet zoo was. Dat wij nochtans onveranderd
afvraagt,
of wij, die
van eigen aangifte hebben overgenomen, was deze zeer begrijpelijke reden, dat wij geen ander stelsel hadden, ons gereed voor oogen stond en, in de tweede plaats, omdat wij
het oorspronkelijk
om dat niet
wisten,
Daar
een
aard
heel
stelsel
hoe de Kamer over geheel nieuw stelsel
uit
het stelsel van eigen aangifte dacht. te
denken en zou
in te
kosten en
voeren
uit
den
de Minister van
wat moeite en tijdverlies druk bezet was met de behandeling der militaire wetten en heeren ook weten, wat het kost, tusschen twee Departementen
Justitie
de
dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's