Parlementaire redevoeringen - pagina 593
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Lijkverbranding. bedenkingen eens,
te
de crematie
ondervangen,
kingen
te
om
dien maatregel over
tot
Nu
ondervangen.
Raad
de
dat
dan
591
zegt de geachte afgevaardigde:
middel aanbeval
als
snijdt gij
gaan.
van
te
om
die
stel
beden-
voren de mogelijkheid af
Men kan met
de argumenten, door den geachten afgevaardigde zelf aangegeven en in vroegere geschriften van mijne hand voorkomende, de crematie verdedigen op tweeërlei gronden. In de eerste plaats kan men het recht opeischen voor de familie van een overledene om te beschikken over het lijk, en in de tweede plaats kan men aanvoeren, dat de volksgezondheid het eischt. Wordt die tweede grond voorop geschoven, dan kan de geachte afgevaardigde mij te
in het minst niet geruststellen door de verklaring, dat hij niets wenscht dan de bevoegdheid, want dan zou het stelsel er toe moeten leiden, te komen tot de obligatoire crematie. Hij kan niet loochenen, dat dit gevolg er metterdaad in ligt. Het is bekend, hoe altijd degenen, die een nieuw denkbeeld in het leven der maatschappij in gang zoeken te brengen, beginnen met heel weinig eischend te zijn: als men hun nu
maar
dit
of de
ééne
hand
vreezen
gaf,
dat het
kón
wordt gegrepen,
zijn,
waarop door
;
maar nauwelijks
en
mij
is
de vinger gegeven,
metterdaad het gevolg
te
vroeger ten aanzien der crematie
is
straks
zal
gewezen.
De
geachte afgevaardigde, de heer Van Kol, heeft nogmaals den opgenomen, door hem sedert tal van jaren gevoerd, om de aandacht van de Kamer en van de Regeering te vestigen op tal van ziektestrijd
verschijnselen in het menschelijk leven, welker
wordt aangevat. Hij dat,
wijl
juist
heeft
genoeg met zekeren nadruk gewezen op het gevaar, bestrijding niet
de mijnexploitatie eerlang tamelijk groote uitbreiding
zal
wormziekte zich zal uitbreiden, en hij heeft gemeend, dat in de Memorie van Antwoord een bescheid was gegeven, dat van zekere laksheid getuigde. Na het door den geachten afgevaardigde, den heer Nolens, gesprokene, waarvan ik geloof, dat het den heer ondergaan,
de
—
Van Kol van onderwerp
Wat
waan
zal
genezen hebben
—
,
zal ik
verder over
dit
niets zeggen.
betreft
schijnsel,
dien
de adenoïde vegetaties, ongetwijfeld
waarvan de wegneming
bij
is
dit
een ziektever-
duizenden en duizenden aan
individuen èn physisch èn psychisch ten goede zal komen.
allerlei
Wat heb
ik
nu gedaan ? Ik heb, zoodra de gelegenheid zich aanbood, er werk van gemaakt en den Centralen Gezondheidsraad, zoodra hij met zijn eerste werk eenigszins gereed was, verzocht, zijn aandacht te vestigen op deze Ik heb van den Centralen Gezondzaak en haar te onderzoeken. heidsraad het advies gekregen om gegevens te laten verzamelen door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's