Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 112
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
104
hunnentwil kiest
dan ook een anderen vorm, en wil
hij
modo secundum quod
onderricht geven „eo
onem
Hun
incipientium."
in
den weg:
et
argumentorum
1
dum ordinem
THOMAS VAN AQUINO.
Hfst. III. § 54.
2.
stond
bij
zijn
hij
congruit ad eruditi-
de vroegere behandelingswijze
de multiplicatio inutilium quaestionum, articulorum,
.
de verkeerde methode (non traduntur secun-
_>.
;
secundum quod requirebat librorum
disciplinae sed
expositio vel...
disputandi
en
occasio);
3
de eindelooze her-
.
haling, die zeeziek maakte, frequens repetitio (quae) fastidium
generabat
program
Thomas
hoeverre
In
i).
(p.
er
te verwezenlijken, blijve hier in het
elk geval streeft
met den inhoud
met bewustheid
er
hij
overeenstemming
in
geslaagd
in
in
vorm meer
den
brengen, ook
te
.
dit
midden gelaten;
naar,
.
.
is,
al
koos
hij
den o?idcrwijzenden vorm, die derhalve nog slechts ten deele door den inhoud, en
hoofdzaak door de behoefte van den leerling
in
bepaald wierd. Zijn Quacstioncs
maken
zijn
werk dan ook
machtigen Catechismus, en de eigenaardigheid van bestaan hierin, dat
hem
hij
waarop deze
sprong,
den geest van
in
Dit
den twee-
zijn leerling
wegen voorhoudt, en
eerst
keuze bepaalt.
zijn
wat
één
zich telkens geplaatst ziet, vooruit merkt,
het betrekkelijk ware van beide
daarna
tot
antwoorden
zijn
methode
zijn
maar Thomas gaf voor de
betreft,
ont-
wikkeling der theologische Encyclopaedie veel meer. Niet alleen toch
dat
de Dogmatiek
aan
hij
als zelfstandig
vak voor goed
burgerrecht verleende, en voor haar de endoctrineerende methode koos,
maar ook over de
zich in beginsel
uit.
doctrina philosophica
noodzakelijk
De
is,
scientia divina of doctrina sacra liet hij
Hij gaat hierbij uit van het
en
bestaat,
daarnaast nog
tegenstelling
aanvaardt
hij
dat er een
nu de vraag, of het wel
stelt
een
feit,
doctrina
sacra
te
plaatsen.
dus, en zoekt die hierin, dat do
doctrina philosophica door de ratio investigatnr, terwiji de doctrina
sacra
de i.
secundum revelationem divinam
noodzakelijkheid
dezer
laatste
est
;
en
hij
tweeërlei
in
concludeert, dat
opzicht
voor wat de rede zelve óók kon vinden, omdat
door weinigen, na lang verloop van geschiedt,
en
toch
elke
tijd
tijd
blijkt:
dit slechts
en op onzuivere wijze
en elk mensen zekere kennis aan-
gaande deze dingen noodig heeft; en
2
.
voor wat de rede
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's