Parlementaire redevoeringen - pagina 519
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Partijdige benoemingen.
517
zelve in haar overgroote meerderheid zich tegen elke evolutie van dien
met onverzettelijke
aard
kracht.
De
parlementaire leiders leiden niet
de massa, maar worden door de massa gedreven. In de vraag, of de Regeering het zich c.q. wel ten
ook van
het bestuur der
eerbiediging van het Koninklijk
enkele
Besluit van 7 April
{Staatsblad
jl.
n".
96)
een vermoeden van plichtverzaking, waartoe geen
spreekt
afteeischen,
plicht zal achten,
HoUandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij de
Regeeringsuiting
aanleiding
gaf.
De
welk
vraag,
oordeel
bij
voorkomend geding door den rechter over de onaantastbaarheid van een wettelijk voorschrift zal worden geveld, kan nooit eene Regeering, roeping
hare
die
verstaat,
wat wettelijk voorschrift
Ad 4um. De beschikking
afdoende
bij
wijze
van den
ontslaan
plicht,
handhaven
te
is.
vierde of laatste grief, die over partijdige voordracht of
benoemingen weersproken,
is
in het
dat
te
Voorloopig Verslag dien
van
aanzien
zelf
de
op zoo der
zijde
Regeering met een kort woord kan worden volstaan.
Het vraagstuk der benoemingen kan aan de orde komen of generaii,
óf
in
een
concreet
geval.
In
de hier
ter
in
thesi
sprake komende
van het Voorloopig Verslag wordt geen enkele benoeming met oog op een bepaald persoon besproken. Tegenover eene algemeen gehouden beschouwing kan uit dien hoofde niet anders dan eene even algemeene beschouwing worden gesteld. Naar ieder toestemt, moet bij alle benoemingen als regel gelden, dat de meest bekwame, zoo hij tevens de meest geschikte is, voorgaat, en dat alleen alinea
het
dan, wanneer
meer dan één candidaat van
gelijke
bekwaamheid en
geschikt-
heid ter keuze staat, de doorslag door andere overweging moet gegeven
worden.
Niet daarentegen kan worden toegegeven, dat
bij
het oordeel
over de geschiktheid van een candidaat voor het ambt van burgemeester zijn
kerkelijke, sociale en politieke geestesrichting buiten beoordeeling zou
behooren te blijven. Geen Kabinet verzuimde bij burgemeestersbenoeminin Limburg, zich de vraag te stellen, of de candidaat al dan niet tot de Roomsch-Katholieke kerk behoorde, en evenmin heeft eenig Kabinet er aan gedacht, voor de provincie Groningen meerendeels Roomschgen
Katholieken
voor
te
dragen.
Te
zeer
is
steeds begrepen, dat
kon
bij
de
of de in
overweging in het kader der gemeente, ook wat zijn algemeene geestesrichting betrof, paste. Geldt dit van zijn kerkelijke gezindheid, dan schijnt dit bij eene niet-kerkelijke, maar staatkundige benoeming ten minste evenzeer te gelden van zijn staatkundige denkwijze. vraag
naar
geschiktheid
de
aanmerking komende persoon
niet
uitblijven,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's