Parlementaire redevoeringen - pagina 574
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
572
waar wij hier met den in debat kunnen treden, de vorigen Minister van Finantiën niet geachte afgevaardigde uit Zutphen van hem overgenomen heeft zijn Het
genoegen gedaan,
heeft mij ten slotte
dat,
meer
van het kardinale verschil tusschen socialisten en liberalen. en daarop kunnen voor den geachten afgevaardigde ligt er alzoo geen kardinaal verschil tusschen hem en wij ons voortaan beroepen de socialisten dan daarin, dat elk der twee eene eigen opvatting van het definitie
Ook
—
—
pauperisme
heeft.
—
—
een woord de overgang is geleidelijk! moet nog ten slotte spreken tot den geachten afgevaardigde uit Leiden, den heer Van der Die geachte afgevaardigde houde mij ten goede, dat, nu ik Vlugt. namens de Regeering spreek, ik zeggen moet, dat hij van ons als Regeering niet mag eischen, dat ik een gezegde van een lid van de Kamer waar zal maken, nl. de bewering, dat de liberalen geen argumenten tegen de sociaal-democraten hebben. Dit mag hij van den heer Ik
De Savornin Lohman
afgevaardigde
geachte
door hem heeft
dit
geachte
spreker
selen
eene
zulk
De
klove
nederlatend,
zich
klove ophoudt klove
toch
is
eenerzijds
gaapt,
te
niet juist
Ongetwijfeld
is.
weer
ook
ik
met
en de sociaal-democraten
men,
dat
in
de diepte der begin-
een vasten bodem vindt, waar de
heeft
het verschil
tusschen hem en de overige dat voor hem het recht iets
uit
anders gedaan, dan nogmaals
niets
wat wij reeds wisten
is,
toonen, dat de
er niet in geslaagd, aan te toonen,
uitspreken
enz., dit
aan
oogenblik de
dit
te zijn.
afgevaardigde
geachte
op
veel schoons gezegd, waarnaar
genoegen geluisterd heb, doch hij dat tusschen hem en de zijnen anderzijds
om
gebreke gebleven
in
Ik
Dat en dat alleen
staat.
betreft is tot
stukken gewraakte bewering
in die
de
de stukken
in
rekening, en wat
onze
voor
ligt
vragen, die het heeft beweerd, niet van mij.
verdedigen, wat
sta hier alleen te
het
tijdschrift
Onze Eeuw,
nl.
dat
liberalen, vrijzinnig-democraten is,
waaraan
hij
zich onderwerpt.
Hij heeft voorts aan deze zijde nog bovendien de overtuiging gevestigd, dat
voor hem
dit
recht nog een dieperen grond bezit in
heeft tevens gezegd: dien dieperen
In
mijn
buig.
Staatsrecht
ga
ik
niet
grond
sluit
God, maar
hij
ik buiten het Staatsrecht.
verder dan dat ik mij voor het recht
Hij heeft dus wetenschappelijk geen dieper uitgangspunt dan het
Waar
zoo dit uitgangspunt stelt en geen ander, zeg ik, dat op hetzelfde grondbeginsel staat, waarop ten slotte ook de sociaal-democratie rust. De sociaal-democraten toch hebben op zijn recht.
hij
geheel en
standpunt
op hun
hij
al
juist
wijs
dezelfde bevoegdheid als
aan
te
geven.
Scheiding
hij,
om
zou
de basis voor^het recht
hier
dan eerst aanwezig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's