Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 469

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 469

Eerste deel. Inleidend deel.

1 minuut leestijd

Afd.

op

en

GOTTSCHICK.

[35.

><

461

standpunt heeft dan de Theologie voorts zich

dit

wikkelen

gewone

de

naar

„welene

wetten,

te ont-

Logik,

die

die

die Psychologie oder die formale Ethik, die

Erkenntnisstheorie, Historik,

Hfst. III.

2.

festzustellen

haben"

geeft dan eindelijk het doel,

(p.

Leiding

426).

bij

waarmee de Kerk

deze studiën

optreedt, en

ook

moet wetenschappelijk geconstrueerd worden.

dit

Van

dit

begrip der Theologie uitgaande,

stelt

wat de Gliederung der Theologie aangaat, den vakken, naar de idee, vooropgaan.

Zij

dan Gottschick voor,

eisch dat de practische

toch geven die „Erkenntnis

der zur Realisirung des Zwecks der Kirche notwendigen Tatigkei-

Door den aard dezer practische vakken wordt dan weer de

ten".

systematische Theologie geëischt, daar alleen deze de principiën en

den inhoud kan aangeven, waaruit en waarmee de Kerk haar taak

En

kan vervullen. die,

eindelijk

is

het deze systematische Theologie,

evenals de practische, weer de historische Theologie tot haar

Vorausssetzung

Alzoo meent

heeft.

hij,

der Theologie" haar indeeling afgeleid

werpt

hij

hierbij

Theologie

als

moet „aus dem Zweck 429). Opzettelijk ver

(p.

de erkenning der exegetische of bibliologische

een afzonderlijke groep. Niet alsof hij de beteekenis

van deze onderschat: „Die grundlegende Bedeutung der exegetischen Theologie für das Verstandnis der

gesammte Theologie

für die

ontzegt

hij

haar

het

steht ausser

recht, naast

Offenbarung und damit

Frage"

(p. 430).

Alleen

de historische Theologie

als

eigen groep op te treden, wijl de H. Schrift dan „eine eigentümliche Dignitat" zou moeten bezitten, en een eigen methode zou moeten vorderen. Het hechten van zulk een beteekenis aan de H. Schrift

noemt

hij

torische

een „Vorurteil". Voorts

Theologie

openbaring en

e.

in

in

Israël,

drie b.

deelen

zij

opgemerkt, dat

splitst:

a.

in

de Kerk.

de

his-

de historie van de

de historie der openbaring

de historie der openbaring

hij

En

in

Christus,

eindelijk verdient

nog vermelding, dat hij Dogmatiek en Ethiek vaneen scheidt, omdat de Dogmatiek ons „die Tatcn Gottcs" en de Ethiek „das Tun der Menschen" te omschrijven heeft (p. 431).

het

Niemand voorhanden

zal betwisten, dat in is,

om

deze schets een ernstige poging"

de aanspraak op wetenschappelijk karakter

en op een eigen plaats onder de wetenschappen voor de Theo-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 469

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's