Parlementaire redevoeringen - pagina 364
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
362
—
STAKINQSWETTEN:
Aanvulling van het Wetboek van Strafrecht Verhooging van hoofdstulc Vill voor 1903 Instelling eener enquête betreffende het spoorwegbedrijf.
—
Vergadering van
Mijnheer Justitie
mij
het
behoort
bij
een
kort
bescheid
Ik
bij
ambtgenoot
geachte
in
geven
te
daarbij
laat
begrootingsdiscussiën
plaats zal vinden
mijn
van beantwoorden, welke tegen de onderscheiden wetsontwerp in het midden zijn gebracht, zij
strekking.
de
Alvorens
!
zal
eerste
veroorloofd,
algemeene
de
Voorzitter
de bedenkingen
van
deelen het
de
4 April 1903.
het
als
wat
najaar;
de behandeling der artikelen
antwoord, volledig en zoo afdoende
voor
rusten wat m.
;
wat
wat
aangaat
beter thuis
i.
vanzelf zijn
in het schriftelijk
de Regeering het doen kon, be-
is; ik laat rusten ook al datgene, wat zoowel van de rechter- als van de linkerzijde door uitnemende redenaars steekhoudend is weerlegd.
handeld
En met name
laat
ik
ook rusten
op weinig parlementaire
wijze,
dingen veroorlooft, onteert niet
Het bescheid geachte
zal kort zijn,
spreker
woorden
terecht'
om
of
doen moet
zijn.
overtuiging,
dat
wat de bedoeling had
alles,
persoonlijk te mij,
maar
treffen
omdat het der Regeering,
opmerkte,
in
wij
dit
te
mij,
wie zich zulke
zich zelf. gelijk
de
de eerste plaats hier
een parlementair steekspel, maar
En
:
om
om
laatste
niet
om
de zaak zelf
meer, omdat de Regeering nog staat
in
te
de
zeer ernstige, gevaarlijke en dreigende toestanden
waarom zij het haar plicht acht, harerzijds te doen wat zij kan om, zoo spoedig mogelijk, niet slechts weer rust en ontspanning, maar ook die zekerheid in de rechtsorde voor het leven van ons volk doorleven,
waardoor aan kunnen komen.
verkrijgen,
te
einde zal
Wat nu
de
hinderlijke spanning in het land een
de zaak zelf betreft, begin ik met een
woord van dank
de geachte leden dezer Kamer, die gerekend worden
te
brengen
behooren tot de partijen aan de rechterzijde, zoo voor den steun, dien zij aan de Regeering hebben toegezegd, als voor den steun, dien zij reeds gegeven hebben door zoo menige uitstekende redevoering. Het voegt mij niet, aan
van deze het zij
is
plaats
mij eene
te noemen maar namens de Regeering te verklaren, dat een woord van dank uit te spreken voor de
daarvan onderscheidenlijk eene enkele
aangename
zich verplicht gevoelt,
te
taak,
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's