Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 46

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 46

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1901

44 en

verdediging;

tweede

de

in

plaatst,

of er gelijke sympathie bestaat

op

oogenblik geen legerorganisatie

stelling, dat er

ten aanzien van de

— 1902. dit

Wat het laatste punt betreft de wet behoort te geantwoord, dat ik persoonlijk steeds legerorganisatie bij de wet zij heb voorgestaan, dat dit denkbeeld ook in het anti-revolutionair program is opgenomen en dat ik de overtuiging, dat het dien weg op moet, nog worden ingevoerd.

bij

koester.

Mijn

het

nooit

dat

maar te

thans

de

krijgen.

eerste

Zij

zal

nog jaren

7

dus

niet

de meening toegedaan,

niet

zij

in

zal

moeten komen,

gereedheid en ten effecte

is

er is. Naar zijn oordeel kan de worden geordend en geregeld, omdat een steeds klimmend getal personen zullen in gereedheid kunnen worden gebracht,

personeel

voordat het

brengen,

in

dat

is

legerorganisatie

wettelijke

ervan overtuigd,

is

legerorganisatie wij

eene

Oorlog

van

ambtgenoot tot

eerst

niet

van personen te beschikken Wat de eerste vraag betreft, is mijn ambtgenoot van Oorlog van valt. oordeel, dat het hoogst bedenkelijk zou zijn, ten opzichte van het vestingstelsel ingrijpende veranderingen te maken, zoolang de levende strijdkrachten niet zoodanig zijn toegenomen in sterkte, dat wij ons

wanneer

vaststaat,

over

welk

vast

cijfer

kunnen versterken zonder ons anderzijds te verzwakken. Ik heb gemeend, niet anders te kunnen doen dan mij daarbij Het denkbeeld van benoeming eener Staatscommissie neder te leggen. herziening van het vestingstelsel werd door den heer Verhey tot ook ter sprake gebracht, maar onder bijvoeging, dat hij nu geen antwoord verlangde. Een antwoord behoeft hem op dit punt dus niet

eenerzijds

definitief

gegeven worden. Door den heer De Boer werd ter sprake gebracht de eventueele oprichting van een Departement van Landbouw, die hij beschouwde als een dreigend gevaar voor de toekomst, omdat hij, met het oog op wat wij thans in Duitschland zien gebeuren, vreest, dat de oprichting van zulk leven

een

zal

Departement hier

roepen.

Het drijven

te

lande eene agrarische partij in het

dier partij in Duitschland schrikt

hem

ten dezen aanzien te mogen zeggen, dat die voorstelling met wat de Memorie van Beantwoording omtrent de quaestie heeft medegedeeld. Indien er toch een Departement van Landbouw mocht komen, zou volstrekt niet het geheel van de drievoudige vertakking der agrarische quaestie tot dat Departement gerekend worden. Die drievoudige vertakking bestaat in de eerste plaats in de technische

af.

Ik

meen

niet strookt

bevordering van de intensieve cultuur; dan in de regeling van de verhouding tusschen de personen en het land, dat bebouwd wordt en ten slotte in de handelspolitek. Nu spreekt het vanzelf, dat de handels;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's