Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 426

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 426

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

41

Dit

nu

toont,

Hfst.

2.

dat

III.

HUGENHOLTZ.

i-M.

§

ceren van de Christelijke religie slechts

zijn

nominaal geschiedt en toevallig

Ware

is.

slechts eerst zijn philo-

sophische religie tot meer algemeene herschepping gekomen, zoo

zou ook deze kniebuiging voor het Christendom §

Ph.

124.

A'.

Doch ook blijven,

maar

Hugenholtz.

kan de speculatieve theoloog

hierbij

ook formeel moet ten

evenzoo

laatste

algemeenen

zin

genomen,

op deze

hij

Theologie,

der

standigheid

zijn uitgebleven.

van

als

eigen

de

zelfstandigheid

object

De

zien teloorgaan.

niet

staan

de

niet slechts

lijn

zelf-

wetenschap,

der

religie,

in

schets van Eene

indeeling van het ivijsgeerig gedeelte de?' Godsdienstwetenschap door

Dr. Ph. R. Hugenholtz p.

sq.

379

in

het Theol.

tijdschrift,

gegeven, was hiertoe reeds afgegleden.

toch spreekt Hugenholtz het

i4 e jaargang,

Onomwonden

„De godsdienstwetenschap vindt

uit:

hare plaats onder de wijsgeerige wetenschappen, en wel onder de antkropologische"

op

bl.

wat de

583); en

religie betreft, verklaart hij

gaan van de onderstelling, „dat godsdienst en

uit te

580,

zedelijkheid

(p.

zoozeer

één zijn, dat alleen een beide

samenvattende

behandeling van het godsdienstig-zedelijk leven ze beide recht

kan doen komen"; en dat

wetenschap omschreven moet

deel het

daarna

splitst

zich

theoretisch

dan

psychologische,

drie

in

(onze

nu, volgens

behandelen

;

v

(p.

hem, haar stof eerst en

dit

theoretisch

hoofdstukken, waarvan het eerste

is

te

noemen. Het psychologisch deel

dan het godsdienstig-zedelijk leven zielkundig zinnelijk-geestclijke

gevoelsleven,

in

tweede het phaenomenologische, en het

het

derde het systematische heeft

te

haar

de godsdienst-

als theologische ethiek"

Deze theologische ethiek heeft

tot

metterdaad de religie

blijkt uit zijn stelling, „dat

de zedelijkheid opgaat,

historisch,

hierbij

natuur,

het

te

ontleden

gemeenschapsleven,

het

gemoed en geweten, weten en gelooven, aanleg en

ontwikkeling); het phaenomenologisch deel moet een vergelijkende

waardeering geven

van

de

verschillende gestalten

het

van

het gods-

of systematische deel

dienstig-zedelijke

leven\

komen moet

een systematische uiteenzetting van het normaal

tot

terwijl

godsdienstig-zedelijk leven

(p.

583).

laatste

Daargelaten nu de

vra;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 426

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's