Parlementaire redevoeringen - pagina 664
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
662 doe, toch niet
achterdocht
altijd
en
kwade vermoedens
wil koesteren,,
maar ook eens aan goede bedoelingen wil gelooven.
Wat de zaak van de branders
om
in
dien
dat
de
geachte
noodzakelijkheid
geven,
zekering
wetsontwerp gelet
ter
Ik
is.
de
teekening,
Schiedam
te
toestand
afgevaardigde
bescherming van den arbeid dat
geloof,
fotografie
zal
kan de veruit het te verwachten zien, dat op deze zaak:
de geachte afgevaardigde
van hetgeen
Ik
de schildering,
eene branderij plaats
in
zonder eenig bezwaar had kunnen bewaren, totdat wij
van
het
vrees
ik,
vergeten
later zal willen
De
helpen
zijn.
tot
Ik hoop, dat de geachte afgevaardigde mij
stand brengen wat voor die werklieden noodig
is.
waaraan de arbeiders
in
de keramische industrie blootstaan.
geachte afgevaardigde heeft erkend, dat de Regeering op verschillend
Het was
keeren. zijde
hooren.
te
staan,
om het gevaar voor loodwitvergiftiging te aangenaam, dat woord van waardeering van zijn
stappen heeft gedaan
terrein
zijn
grijpt,
de behandeling
Helsdingen heeft behandeld de quaestie van de loodwitver-
heer
giftiging,
bij
de
wetsontwerp aan het hier bedoelde punt toe zijn, want nu dat, als het zoover is, vele leden het door hem geteekend
beeld zullen
De
de
betreft, begrijp ik
voorzien.
te
mij
Wanneer
hij
gekomen, moet
enkele vraag
aan
ik
voor
mij echter vraagt, of ik er
de genomen maatregelen reeds
dat
in
volle
mate
tot
in
kan
uitvoering
omdat eene kan geven. Ik en welken toestand zij
zeggen van neen; dat kan ik
de inspectie mij die zekerheid
niet,
niet
kan vragen, of de inspecteurs er geweest zijn er gevonden hebben, maar als een nieuw besluit uitgevaardigd wordt, kan den volgenden dag nog niet alles overeenkomstig de nieuwe voorschriften zijn ingericht.
Het
is
metterdaad waar, dat er enkele bepalingen
in
het Koninklijk
voorkomen, waarvan eerst bij het in werking zijn aan het licht is gekomen, dat zij te ver gaan. Zoo is gebleken, dat cassetten met in leem geformeerde voorwerpen in den oven gebracht worden en dat men, om den glans van de verf te verhoogen, in de cassetten zet een klein potje met gesmolten lood, terwijl in een ander deel van het reusachtige lokaal, waarin zich de oven bevindt, vrouwen Besluit
en jeugdige
personen
werkzaam
zijn.
Nu
ontstaat
de vraag, of het
met lood voor die menenkele in den oven schen eenig gevaar oplevert. Dat moet worden onderzocht, maar zoolang niet blijkt, dat het gevaar oplevert, zou het onbillijk zijn, verbouwing van die localiteiten te eischen. Zoo is ten aanzien van de kielen, waarin de arbeiders gehuld moeten zijn, de opmerking gemaakt, dat deze alleen noodig zijn van voren, en niet van achteren, daar zij staan
van dat
potje
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's