Parlementaire redevoeringen - pagina 83
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ISOLEMENT ZOEK
IN
de
IK MIJN
Groen van Prinsterer liet eerst In isolement zoek ik mijn kracht be-
voorgestanen stelregel geweest. teekende
Groen:
bij
wij
blijven
groote
het
uit
eene
in
eigen
partij,
tot
de
opgenomen waren.
vroeger
hebben
van
geheel
langer onder de conservatieven
niet
verscholen, maar wij vereenigen ons
wij
8t
of de bedoeling van dien door
zin
ons
KRACHT.
eene eigen
Maar na
zich
Wij isoleeren
partij,
aldus
aan
aansluiting
is
partij.
conservatieve
en
waaronder
geïsoleerd
te
samenwerking
met anderen, niet door fusie, maar federatief, juist datgene, wat door het begrip van isolement gevorderd wordt. En zeker zal de geachte afgevaardigde standige
maar
mij
toegeven,
de
dat
anti-revolutionaire
partij,
als zelf-
op het ogenblik haar isolement niet alleen handhaaft, veerkrachtiger ontwikkeld heeft dan in de dagen van Groen
partij,
dit
van Prinsterer.
De de aan
afgevaardigde heeft er op gewezen, dat intolerantie aan
geachte
niet ten
Calvinisten
op
toonen
te
matisch
bewijs,
zegt, dat
wie
dat
zelf
onrechte verweten was.
twee wijzen.
laat rusten.
ik
ik
laat.
Als de geachte afgevaardigde mij
een uitverkorene gelooft
minachting neerziet op anderen,
rekening
Hij heeft dat zoeken
Hij heeft er voor geleverd een dog-
is
te zijn,
daardoor per se met
dat eene bewering, die ik voor zijn
Historische raadpleging en rondzien in den kring, waarin
verkeer, hebben mij gebracht
tot
de overtuiging, dat van die hoog-
iets minder onder Calwordt bemerkt dan in de kringen, waarin men het geloof verwerpt. In de tweede plaats heeft hij er op gewezen, dat de Calvinisten in de dagen, dat zij zelf minderheid waren, aandrongen op religievrijheid, maar dat zij, toen zij zelf meerderheid werden, die leuze verwierpen en
hartigheid
en
laatdunkendheid
niet
meer, eer
vinisten
kwamen aandragen met hij
art.
houde het mij ten goede Weerspreken kan
gissing.
—
36.
—
Hier maakt de geachte afgevaardigde zich schuldig aan eene historische ver-
ik
niet,
dat
het
een gewoon menschelijk
om, wanneer men zich alleen door de neiging van het menschelijk hart laat leiden, te spreken voor de vrijheid, zoolang men strijd om de meerderheid voert, maar, zoodra men er bovenop is gekomen, bedrijf
is,
op anderen zoekt uit te oefenen. Maar de geachte geen historische vergissingen begaan, omdat hij daardoor aan iets, wat groot is in ons voorgeslacht, metterdaad tekort zou doen. Art. 36 is niet, gelijk hij het deed voorkomen, na de overwinning geschreven, maar in 1563 door Guido de Brés, in den tijd, toen de schrijver wist, onder de macht van eene overheid te zijn, die van hem een martelaar zou maken. De mannen van toen waren
soortgelijken
afgevaardigde
zóó
vast
druk
moet
overtuigd,
dat
art.
36 de waarheid
bevatte, dat
zij
dit
hand-
6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's