Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 439

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 439

Eerste deel. Inleidend deel.

1 minuut leestijd

Afd.

algemeene

te

gewinnen

maar

in

431

Gottes", als grondslag voor het optreden der

en dus niet

;

LANGE.

12-.

Hfst. III. §

van een Heilsopenbaring en het daaruit voortge-

feit

komen „Reich

2.

het dóg pot nov <rrw te hebben voor

theologische feiten

Toch

Theologie.

zijn historische

Immers

schuilt hierin zelfbedrog.

noch van een concrete Heilsopenbaring, noch van een Gottes" weet ik

ik eerst de

iets, tenzij

Kerk

algemeene anthropologische gegevens,

in

Reich

H. Schrift opgeslagen en het

optreden der Kerk waargenomen heb. Hij erkent dan ook zelf: „ An dieser Stelle kann freilich noch nicht von einem entwickelten Begriff der Heilsoffenbarung die Rede sein, wie derselbe in der Dogmatik zur Sprache kommt" (p. 82). Natuurlijk niet, maar dan

wordt het ook

dan een postulaat zonder inhoud, en

niets

dit postulaat eerst te verkrijgen uit

de Schriftuurlijke Hamartiologie.

tweede onderdeel heet: Die Ur kunden der Heilsoffenbarung,

Zijn

maar moest dan ook tegelijk

niet

is zelfs

opnemen.

logie"

alleen

over deze oorkonden handelen, en

de Bijbelsche geschiedenis en de „Biblische Theo-

Het derde

deel,

Kirchengeschichte,

als

is

niet

organisch met de beide vorige als „Grundlegung und Urkunden

der Heilsoffenbarung"

in

verband gezet, en omvat

alle historische

vakken, ook die van het Kerkrecht en van het Dogma. In

tweede hoofddeel volgt dan de didaktischc hij

de Dogmatiek,

Theologie,

waaronder

de Ethiek en de Practica verstaat.

Dogmatiek onderscheidt

voorts tusschen

hij

zijn

Bij

de

de philosophische,

de kerkelijke en de toegepaste Dogmatiek; eene onderscheiding, die

er

uiteraard toe

eigenlijke te maken, in

dit

verband,

vakken opnam.

de philosophische Dogmatiek

leidt,

nen.

Ze

hoort dan, gelijk

Onder toegepaste Dogmatiek

En wat

ten

slotte

betreft, dit

behandeld worden, maar hier het formeel

juist

dit

ook

hij

de Polemiek en

opneming van de Practica

dat

zeggen,

het object leert ken-

verstaat

zijn

onder de didactische vakken te

Schleiermacher, onder

bij

;illeen

vaardigen

door

de

de kerkelijke Dogmatiek onder de didactische

de historische Theologie, overmits ze

de Ireniek.

tot

en die toont op wat onjuiste wijze Lange,

poogt

hij

wel

te recht-

deze vakken systematisch

zeggen

toont, hoezeer

Lange

algemeen wetenschappelijk karakter dezer vakken

verwart met het didactisch karakter, dat de systematische behan-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 439

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's