Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 361

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 361

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

boven andere tot

Hfst. III. §

2.

doen uitkomen

te

SCHLEIERMACHER.

106.

iets,

;

353

wat dan onder meer

een Protestantsche apologetiek tegenover de

leidt

Roomsche Kerk;

waarbij Schleiermacher uitgaat van de begrippen der Openbaring t.

w. het wonder en

de ingeving,

en

profetie

type, canon en

sacrament, hiërarchie en „Kirchengewalt"

(p. 25, 24). De Polemiek van hetgeen „krankhaft" in de kerkelijke gemeenschap zelve aanwezig is, en dus recht van

daarentegen bedoelt therapie te bestaan mist

Op

26

(p.

— 30).

philosophisch

dit

zijn,

deel

voorgrond staat hier de

dan het

volgt

Statistiek,

historische.

Op

den

overmits voor „die Kirchen-

desnoods alleen de kennis van den actueelen toestand voldoende is; en enkel, wijl die kennis niet te verkrijgen is

leitung"

zonder kennis, van wat voorafging, ingesteld

moet ook een onderzoek

naar het verleden; terwijl dan in

onderscheid

maken

te

is

dit

verleden weer

tusschen de eerste ontkieming en den

men dus drieërlei taak onderzoek naar den oorsprong van het Christendom, de Historie der Kerk, en de Statistiek der Kerk terwijl voor elk van deze drie perioden verderen groei. Feitelijk krijgt

:

;

een onderzoek moet ingesteld, zoowel naar de leer der Kerk, als naar haar geschiedkundig verloop, haar regiment en haar levens-

vormen. Voor de kennis nu van het Urchristenthum is noodiokennis van de bronnen, in casu de Schriften van het N. Testament (en ten deele

ook van het Oude), zoodat de exegese geen andere de kunst, om ons de oorkonden van dit

beteekenis heeft dan

Urchristenthum

te leeren verstaan

;

geschiedenis uitsluitend strekken,

doen

terwijl

om

Dogmatiek en Dogmen-

ons de overtuigingen te

„fromme Gemeinschaft" gehuldigd werden en nog worden. „Die zusammenhangende Darstellung kennen,

der Lehre,

die

wie

sie

in

deze

zu einer gegebenen Zeit

.

.

.

geltent

ist,

be-

zeichnen wir durch den Ausdrukk Dogmatik"

(p. 44). Zoo echter Dogmatiek toch weer niet enkel beschrijvend mag zijn, want de dogmaticus moet een eigen overtuiging hebben (p. 76),

dat deze

en critiek oefenen, op hetgeen zich

aandient

(p.

79,

80).

als

orthodox geldt, of

als

heterodox

Onder de Dogmatiek komt ook de

Moraal of Ethiek,

ook al is in den regel eene afzonderlijke behandeling van deze gewenscht en gewettigd (p. 88 go). Feitelijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 361

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's