Parlementaire redevoeringen - pagina 246
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
ZITTING 1902—1903.
244
maar hooger uitkeering moet geven. De geachte spreker zal mij echter Maar wat er toegeven, dat ik mij op dit punt thans niet kan uitlaten. hetzij dat hooger uitkeering worde gegeven, hetzij een ook gebeure,
—
om
uitgebreider recht
door heffing over eigen middelen
beschikken
te
—
Regeering erkent, dat er toestanden kunnen geboren worden, die het noodzakelijk maken, aan de wethouders van finantiën, van welke gemeenten ook, meer middelen ter beschikking te stellen. De Regeering de
neemt gaarne kennis van de daartoe haar aan de hand gedane middelen, maar zij mag ook niet ontveinzen, dat die middelen haar niet nieuw voorkomen. Men heeft bij Binnenlandsche Zaken wel eens gehoord van eene forensenbelasting, van het ter visie geven van de geheime stukken van de bedrijfs- en vermogensbelasting en ook het systeem, dat men
noemt de Bauplatz-, Ansatz- und Zuwachs-Steuer, was wel bekend. Al kan men met al die middelen rekenen en nagaan, of het een of ander middel kan worden aangewend, meen ik toch, dat en wie zou hier niet bezonnen elk bezonnen lid van de Kamer wel zal willen toestemmen, dat het voor de Regeering, waar zijn dergelijke quaestiën plotseling voor haar komen, volstrekt onmogelijk is, om op dit oogenblik eenig beslissend antwoord te geven. Duitschland
in
—
—
Ik ga thans over tot de werkeloosheid van
onder de
erkennen, dat heb,
dusver
tot
zonden,
te
werkkracht dan
niet
Kabinet.
mijzelf
te
Ik wil wel
beschuldigen
is, waaraan voor een deel misschien tot mij gezegd heeft: uw Evenwel heb ik dit jaar harder gewerkt
heb schuldig gemaakt. Dat danken, dat men meer dan eens
is
dit
ik
mijn leven werkeloosheid niet datgene
in
ik mij het sterkst
daaraan
waarvan
zoo
klein.
is
mijn leven gedaan heb, en daarom moet ik zeggen,
ik ooit in
dat
van werkeloosheid er niet zoo diep bij mij ingaat. Ik wijs de gangmakers volstrekt niet af en erken, dat men hard kan werken en die klacht
toch niet
niets uitvoeren.
Ik erken ook, dat
naar de goede orde, en dat
men
men hard kan werken, maar
zijn
werkkracht kan bepalen
tot
waardoor men de kracht onttrekt aan datgene, wat eisch ik de hulp van gangmakers gaarne aan en ben ik den heer Passtoors dankbaar, dat hij mij gesteund heeft en aangetoond heeft, dat de Regeering op andere manier toch ook wel wat gedaan heeft. Maar als gangmaker zou ik het liefst hebben een man van het type van den geachten afgevaardigde, den heer Goeman Borgesius, mijn geachten ambtsvoorganger, die, als oud-Minister, weet, wat er aan het werk op het Departement vast zit. Ik zeg hem daarom dank voor de waarschuwing en het vermaan, gisteren door hem, als man van zaken^
wat is.
niet
noodig
Daarom
gegeven.
is,
juist
Ik
neem
hoop daarvan
partij
te
trekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's