Parlementaire redevoeringen - pagina 60
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901-1902.
58 gezegd
op meetings
is
Amersfoort en
te
aangehaald, wat daar gezegd
was,
gezegd
dat
te
Hilversum.
Hij heeft niet
Het zou dus kunnen wezen,
is.
de verhouding
dat daar
de Vredesconferentie niet was ge-
tot
conform den eisch; dan ware daarin niets afkeurenswaardigs. Maar gesteld, men ware verder gegaan, dan ontken ik, dat daarvoor de anti-revolutionaire partij of welke andere ook, verantwoordelijk kan weest
Want wel heeft de geachte afgevaardigde opgemerkt, den voormaligen afgevaardigde uit Sliedrecht het vorige Kabinet gewezen was, dat de leus van anti-papisme had bijgedragen om worden.
gesteld
dat door
op
er
het
den zadel
in
en
wat generaal
als
middel
het geheele land door, in
gebezigd
anti-papisme
om
is
bij
maken is
van geschriften, destijds
tal
de stembus de meerderheid
behalen.
te
de geachte
December
4
vraag
de
stelde,
ten vorigen jare, toen ik
of het niet zou overgaan tot
aanbod van mediatie. In de Memorie van Beant-
punt afgedaan en gezegd, dat de voormalige afgevaardigde
dit
is
op
heb
Kabinet
het indienen van een
woording
bestaat, "zal
de heer Borgesius nogmaals teruggekomen op
is
gesproken
toenmalig
groot onderscheid
kunnen ontkennen.
tweede plaats
In de
hetgeen ik het
een
deze
ten
afgevaardigde kwalijk
Sliedrecht gestemd had tegen de verdragen en, zooals blijkt uit den
en den geest van de „speech" op 4 December, toen wel
toon
vraag
had
die
hij
onderscheid moeten
tusschen het gesprokene op die meetings en het vroeger gebezigd
Dat
uit
zal
door een enkel persoon op twee meetings gezegd
hetgeen
tusschen
maar men
zetten,
te
gesteld,
vraag
men
of
niet serieus,
thans
maar
tot
als satire
De
deed.
geen
recht
heeft,
hominem gezegd
is,
uit
hetgeen
de dat
geheele toon van
hetgeen de geachte afgevaardigde heeft voorgelezen, bewijst hij
later
maar
mediatie zou overgaan,
toen als satire, als
dat,
zoodat
argumentum ad
eene aanklacht tegen den houder der redevoering
af te leiden.
Ten
heeft
slotte
geachte algevaardigde hier ter sprake gebracht
de
de psychologische momenten, die waren voorgekomen en waarin
iets ge-
daan had kunnen worden. Hij zeide, dat het bleek, dat ik daaraan destijds
De
niet
gedacht had,
geachte
redeneeren
waarde
wijl er
afgevaardigde
een
uit
geen woord van
zoo
weet
argumentum
van dat beroep
niet
goed
e silentio.
verder
mijn rede voorkwam.
in
als ik,
hoe men nooit mag
Ik behoef dus op de on-
in te gaan.
Mag
ik
den geachten
afgevaardigde nu echter van mijn zijde een positief argument en bewijs leveren, in
de
dat
Kamer
geachten
hij
zich vergist?
uitspreken,
wat
Ik zal dit positieve argument niet hier mij
niet
zou voegen, maar ik
zal
afgevaardigde het middel aan de hand doen om, wanneer
den hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's