Parlementaire redevoeringen - pagina 598
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903
596
Wanneer
hier
er
of
daar
— 1904.
Gedeputeerde
mochten
Staten
maken van art. 28 om meenten op te leggen, dan is de Regeering er ook nog in ongelegenheden, die zich mochten voordoen.
zijn,
die
onbehoorlijke uitgaven aan de ge-
misbruik willen
om
te
voorzien
—
geachte afgevaardigde, de heer Pijnacker Hordijk, heeft gezegd, dat ik niet geantik bied hem daarvoor mijn verontschuldiging aan die onder Minister rapporten, de om woord had op zijn verzoek
De
—
Poortvliet volgens zijn bewering zouden zijn
Tak van
strafrechtelijke
de
maken.
Ik
rapporten,
die
te
en geschikt
om
bestaan heeft,
zeg ik
zijn
ingekomen omtrent
en geneeskundige gevolgen van de crematie, publiek den geachten afgevaardigde gaarne toe, dat ik die niet ken, zal laten
voor
publicatie,
zijn
verlangen
aan
,
dan te
opzoeken
en,
wanneer
zal er waarschijnlijk
voldoen.
ook terugkomende op hetgeen door
De
zij
er zijn
geen bezwaar
geachte afgevaardigde
mij gezegd was,
gemeend,
van de facultatieve noodzakelijkheid tot de imperatieve of obligatoire crematie zouden moeten komen. Dit moet ik dus met een enkel woord accentueeren. Daar want van hem schijnt de vraag in het Voorloopig Verslag te zijn uitgedoor den geachten afgevaardigde werd gevraagd naar de voorgaan daaruit
dat
niet dadelijk
zou volgen, dat
wij
—
—
en nadeelen van de crematie, kan hij niet bedoeld hebben, uitsluitend te worden voorgelicht omtrent de aesthetische voordeden daarvan, want dan zou hij de vraag te berde moeten brengen bij de afdeeling Kunsten
den post betreffende den Centralen Gezondheidsraad, of hij zou moeten bedoeld hebben, dat het aantal leden moest worden uitgebreid met eenige aesthetici. Dit kan natuurlijk niet zoo zijn. en Wetenschappen en niet
bij
En ik meen, heeft bepaaldelijk gedoeld op de medische gevolgen. uit volksgezondheid, de voor dat het bleek, rapport zulk een uit indien dat, af te begraven het was, noodzakelijk beschouwd, een medisch oogpunt Hij
schaffen en de lijkverbranding verplichtend te stellen, deze dan volgens
hem
zou moeten worden ingevoerd; en zeer zeker zou die strooming komen. Als de geachte afgevaardigde dan vraagt, of ook ik zoo niet zou oordeelen, dan antwoord ik, dat voor iemand, die recht denkt, dit niet het resultaat kan zijn, maar ik ontken niet, dat men kan komen tot zoodanige resultaten,
die echter
voor mij geen dwingende kracht zouden hebben. Handelingen, blz. 833.
Mijnheer de Voorzitter afgevaardigde
uit
!
De
kieschheid waardeerende van den geachten
Zutphen, die op
zijn vraag,
welke
niet
gedaan was
in
het Voorloopig Verslag, niet aanstonds een antwoord wilde hebben, be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's