Parlementaire redevoeringen - pagina 406
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
404
WETSONTWERPEN, lijfden bij
betreffende het onder de wapenen houden van ingede militie te land, ingevolge art. iio der Militiewet 1901.
Vergadering van 30 Juni
1903.
Het zij mij vergund, namens de Regeering beantwoorden de opmerkingen van formeelen in de eerste plaats te Deze opmerkingen zijn gemaakt naar aanleiding van de vraag: aard. staande voor een abnormalen toestand, ten op welke wijze behoort gehandeld te worden, gevolge van den loop der omstandigheden opdat eenerzijds het volle recht van de Kamer, anderzijds het volle recht van de Regeering gehandhaafd blijft. In de Memorie van Antwoord betreffende stuk 171 komt het woord „staking" voor. Daartegen opperde Mijnheer de Voorzitter!
—
—
de heer Drucker eenig bezwaar. De geachte afgevaardigde uit Groningen meent, dat de Regeering, door die uitdrukking te bezigen, een element
ons
in
beter
—
constitutioneel
als
men
heeft — metterdaad
nog
schijnt
niet klaar
staking
niet
neerleggen
toch
een
in
niet
Ik
den
wil
gaarne toegeven, dat
zin als die geachte
dat
in
de
laatste tijden in
in te zien.
Althans gaf
hij
Ondanks
de stakingsidée
Drucker de beteekenis van
heer
spreker
geringe constitutioneele blunder
hier echter eene misvatting in het spel.
de
en helder
dit
is
woord
den indruk, onder
te verstaan eene tijdelijke opschorting van werk, maar het van den arbeid voor goed. En ongetwijfeld, wanneer het
dien zin verstaan
in
is
onderwijs,
practisch
gegeven,
verwijderd.
het woord staking opvat
het gedaan zoude zijn begaan. Er
het
had gebracht, hetwelk hoe eer hoe
staatsrecht
moest worden
daaruit
wordt,
is
het
woord „staking"
in
het Regeerings-
antwoord eene ongeoorloofde uitdrukking. In het midden latende, of dat woord had kunnen wegblijven, zal de geachte spreker echter toch wel willen toegeven, dat daarin, goed opgevat, geen reden kan liggen, de Kamer te doen zeggen: wij behandelen het wetsontwerp thans niet
meer.
der Regeering met een enkel woord toeop den voorgrond, dat, toen eenmaal de termijn, waarop de lichtingen naar huis zijn gezonden, voorbij was, het naar het oordeel der Regeering geen practisch resultaat meer gaf, of de Kamer De lichtingen waren deze zaak al of niet in behandeling zou nemen. naar huis en in zooverre kon de verdere behandeling aan die zaak
Laat
lichten.
als
mij
het
En dan
standpunt sta
zaak niets meer afdoen.
Had
de Regeering daarom terstond moeten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's