Parlementaire redevoeringen - pagina 436
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
ZITTING 1903—1904.
434
Ten
volle
alzoo de Regeering
blijft
haar overtuiging, dat metter-
bij
daad de droeve toestand van de inlandsche bevolking
in oeconomischen aanhouden en, helaas, dezelfde is als ten vorigen jare door de Regeering moest worden verklaard. Dit ligt trouwens in den aard der zaak. Waar, gelijk ten vorigen jare werd opgemerkt, de ellende van dien oeconomischen toestand niet te wijten was aan incidenteele oorzaken, maar aan oorzaken, geworteld in den geheelen toestand der inlandsche bevolking, was het vanzelf ondenkbaar, dat in een enkel jaar door één beteren moesson of één beteren oogst op eens die toestand eene geheele verandering zou hebben ondergaan. V/at de Regeering
zin generaal
is
blijven
derhalve in deze paragraaf heeft willen mededeelen, komt hierop neer,
een
dat
maal
vorig
de
rapporten
uit
aanwezen, dat
Indië
onder-
in
scheidene districten een acute toestand was ingetreden, die onmiddellijk voorziening eischte, daar hij niet alleen hongersnood in het leven riep, maar ook den gezondheidstoestand in hooge mate in gevaar bracht. En nu de Regeering weder geroepen werd, in eene Troonrede mededeelingen te verstrekken, kon zij uit den aard der zaak niet anders doen, dan nogmaals de ingekomen rapporten voor zich leggen. Uit die rapporten bleek,
de
dat
door
acute,
maar
dat
zij
—
niet
de
oorzaken
onderscheidene
was
getemperd,
chronische,
ellende
was verbeterd, zoodat
er
van het vorig jaar
volstrekt
metterdaad
niet
geheel,
gezegd
kon van
worden, de berichten van het vorig jaar vergeleken met die nu dat het acute niet van dien aard was als vroeger v/as aangeduid.
—
,
De Regeering opgedragen,
leggen, waaruit
Indië heeft aan de residenten voor de eerste maal
in
aan
de
zij
verschillende hoofden eene reeks vragen voor te
de zekerheid wenschte
te
verkrijgen, of in den tegen-
woordigen
toestand zoodanig was voorzien, dat er genoeg voedsel voor de bevolking aanwezig was, en in de tweede plaats of, zoo dit niet
het
geval
Zoo
was,
er
dan onzekerheid heerschte of bezorgdheid bestond.
er niet alleen onzekerheid bestond,
wenschte
de Regeering
te
maar de toestand
weten, of er dan
heerschte voor een dreigenden hongersnood.
woorden hebben aangetoond,
bij
ernstig was,
de hoofden bezorgdheid
De daarop ingekomen
dat in 12 residentiën
ant-
noch onzekerheid, noch
bezorgdheid bestond, wat de oogenblikkelijke vraag naar voedsel betreft dat
er wel
streken
met name
in
de residentiën Semarang en Cheribon enkele
waren, waar de toestand ernstig was, doch dat ook daar toch
maar kon gesproken worden van onzekerheid, terwijl slechts in districten afdeelingen waren, waar de toestand zóó was, dat er van oogenblikkelijke bezorgdheid sprake kon zijn. Ten onrechte is door den geachten afgevaardigde uit de Troonrede
alleen
enkele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's