Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 152

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 152

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1901—1902.

150

WETSONTWERP

tot bekrachtiging eener wijziging der heffing van havenen opslaggeld voor het gebruik der provinciale haven te Kuinre.

Vergadering van 24 April

Mijnheer

de

Smeenge, zonder daarom

heer zou,

zooals

protest

namelijk

Voorzitter! heeft in

dit

het daar

ingediend

door

het

tegen

De

geachte

dit

ontwerp

1902.

afgevaardigde

van

wet

protest een reden te vinden, ligt,

de wijze, di€ mededeelen van

daartegenover aan mij het recht, toetsen.

En daarom veroorloof

men

het

in

Kamer

waarde mij

dier

ingediend, hij

achten

Hij heeft zijn

steeds effect maakt,

statistieke cijfers.

de ik

de

Meppel, de

waarom

er tegen te moeten stemmen.

op

uit

protest

Natuurlijk staat

statistieke

cijfers te

vooraf de opmerking, dat

als

beweren als hier in zake de 20 pet. opzet, het wel zoo practisch ware geweest, in dat Voorloopig Verslag zelf de nadere adstructie van dat beweren door cijfers te geven. Zonder zulk eene toelichting is het niet mogelijk, vooruit te zeggen, of de gemaakte bewering juist is of onjuist. In de Memorie van Antwoord is zulk oordeel dan ook niet geveld; daar is alleen opgemerkt, dat het cijferpercentage van 20 pet. niet door nadere gegevens gestaafd was. Wat nu te oordeelen over de gegevens, thans door den heer Smeenge te berde gebracht? Hij geeft eene kleine groep van cijfers, die ik vooreerst op het oogenblik niet kan controleeren, en waaromtrent hij zelf evenmin zekerheid kan geven, dat zij juist zijn, want hij heeft ze niet persoonlijk uit de meetbrieven getrokken, maar door anderen zich laten geven. Hij gaat dus bij het aannemen van die cijfers af op het In getuigenis van tweeden en derden, ons hier onbekende personen. de tweede plaats bestaat er eene zeer ernstige bedenking tegen die cijfers zelf. Laat mij aannemen, dat men beschikte over de cijfers van 300 scheepsmetingen, gedaan naar de besluiten van 1894 en 1899. Zoo men dan uit die 300 een 20- of 24-tal cijfers neemt, zeg een paar dozijn, gelijk de heer Smeenge deed, heeft men dan eenigen den minsten waarborg, dat die 24 cijfers een juist beeld van de geheele groep van 300 opleveren, en bestaat dan niet het gevaar, dat juist die 24 cijfers uit de 300 zijn genomen, die het beweren van den geachten opponent steunen, met weglating van de cijfers, die zijn beweren omverwerpen? Wie kan er alzoo voor instaan, dat men niet tot een geheel ander resultaat zou komen, dan waartoe de heer Smeenge kwam, indien men in

Voorloopig

Verslag

een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 152

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's