Parlementaire redevoeringen - pagina 213
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE NIEUWE KOERS.
211
mag, dat het aldus geopperd bezwaar voortkomt uit eene minder juiste opvatting, die men zich van het optreden van een Kabinet uit de Christelijke partijen
van de
Christelijke
gevormd partijen
had.
op
vaardigd achtte door de vrees,
Het
schijnt, alsof
politiek
gebied
men
in
haar optreden
eigen bestrijding
hoofdzaak gerecht-
bewind zich van Staat iets waarvan richting het noodzakelijk in confessioneele gevolg dan zou zijn geweest, dat zij, die andere overtuiging waren toegedaan, zich in hun burgervrijheid, zoo al niet verkort, dan toch belemmerd zouden De Christelijke partijen hier te zien. Dit nu berust op misverstand. lande traden bij de stembus niet confessioneel op, en het Kabinet was van meet af van oordeel, dat in een land met eene gemengde bevolking van zeer uiteenloopende levensbeschouwing zij, die tijdelijk op de dat
zou kenmerken door een overhaast
omwenden van
in het
het roer
;
Regeermacht den sterksten invloed oefenen, voor zoover hunne overeven toelaat, alles te vermijden hebben wat andere groepen Zulk een druk is vroeger ontegenzeggelijk ergeren of drukken zou. tuiging slechts
op de Christelijke meerderheid van het volk deswege verheelde het Kabinet zijn voornemen niet, om, met name door vrijmaking van het onderwijs, aan wat van dien druk nog overbleef een einde te maken; maar zorgvuldig hoopt het er zich voor te wachten, alsnu zelf te gaan doen, wat in anderen werd afgekeurd. Zelfs mag in het kenbaar gemaakt voornemen, eene herziening van de Zondagswet aan de orde te stellen, op zich zelf nog geen specifiek Christelijk bedoelen worden gezien. Mannen van allerlei richting dringen hierop aan. De afzondering van een periodiek terugkeerenden dag voor hoogere doeleinden is een verschijnsel, dat even zoo onder Joden en Mahomedanen gevonden wordt, en dat zelfs aan Heidensche volkeren niet ten eenenmale vreemd is. Alleen de keuze van den dag, en hetgeen daaruit voortvloeit, drukt hierop het Christelijk stempel. Ook de verwijzing naar plaats gehad hebbende benoemingen
door
andere
groepen
uitgeoefend, en
is
hier te onpas.
Die verwijzing zou alleen dan zin hebben, indien het
Kabinet oordeelde, dat alleen mannen van positief-Christelijke belijdenis tot
verantwoordelijke Staatsbetrekkingen
elke
van
die
Christelijke
disahiliiy in rekening bracht.
belijdenis
De gedane
bewijzen daarentegen, dat het Kabinet het
geraden acht, van de door
God
te
benoemen waren, en deswege
afwijkende
dit
in
overtuiging als civil
voordrachten voor benoemingen standpunt niet inneemt, maar
het nationale leven beschikbaar
gestelde krachten en talenten ten besten bate van het gemeenschappelijk partij te trekken. Alleen in zooverre konden gedane benoemingen de aandacht trekken, dat thans meer dan vroeger óók
vaderland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's