Parlementaire redevoeringen - pagina 223
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE SPEETWET. zijn,
die
mag
Kabinet,
het
bij
van de leden,
het
woord, ten deel
viel,
in
waardeering van de heusche bejegening,
alle
de
221
op deze bladzijde aan het wetsontwerp is in voorde volgende Troonrede kunnen worden alinea
laatste
Ook
niet bevestigen.
bereiding, en zal vermoedelijk in
dit
aangekondigd.
Tot de Speetwet wenscht het Kabinet voorts het zwijgen te doen. Dat de oppositie tegen deze wet in gansch onbillijke overdrijving verliep, is thans wel aan geen twijfel meer onderhevig. Het gold twee uren nachten,
mocht
acht a
d.i.
twintig
uren
in
Het gezag der wet
ontwerp, want
letterlijk
„Het
uitsprak:
gedurende
vier,
een geheel
jaar.
den weg gaan voor een van de
hier niet uit
doctrinarisme.
achtig
600 vrouwen
een
voor
nachtarbeid
eischte
hoogstens
tien
De Regeering
realiteit
losgemaakt
de indiening van het wets-
gold hier, wat Thorbecke in dezer voege kernis
een der kwade gevolgen van wetten,... die
van beginsel, dat zij den echten zin voor (Aant. op de Grondwet, 2de ed., bladz. 50.) Ook is het niet juist, dat de Regeering zou verklaard hebben, dat de belangen van het bedrijf niet mochten achterstaan, waar het de bescherming der werklieden gold. Gesproken was niet van het
belemmering zijn waarheid wettige
in
stede
vervalschen".
achterstaan der belangen het
van het
bedrijf,
geen enkel land
In
bedrijf zelf.
maar van vernietiging van
verzekert de wet, zelfs niet aan
van gewonen bokking, nachtrust, terwijl hier alleen de was gemaakt voor een fijn soort visch, die nergens elders
bewerksters exceptie
voorkomt. En toegaf aan zij
het
al
is
het waar, dat in Pruisen de Minister niet voetstoots
verzoek van den Regeeringspresident
toch tweeërlei niet vergeten.
1.
in Stralsond, zoo Dat deze Regeeringspresident verlof
van nachtarbeid vroeg voor alle vrouwen zonder onderscheid, die zich met het rooken, het braden, het marineeren enz. van allerlei vischsoorten bezighielden, en dat die
tien
hij
eene verbreking van de nachtrust vroeg,
uren per etmaal maandenlang kon aanhouden.
En
2. dat
de
Minister er wel bedenking tegen had, maar toch volstrekt de zaak niet als
afgedaan beschouwde, en deswege aan de Regeeringspresidenten in
Königsbergen,
Dantzig,
deze drie vragen
ter
Köslin,
Stettin,
Schleswig,
beantwoording toezond
:
a.
Stade
fabrieken (rookerijen, braderijen, marineerfabrieken enz.) zijn
handen, daarin
en
hoeveel
werkzaam;
b.
en
Aurich
welke vischconserveerbij
u voor-
mannen en vrouwen en jeugdige personen in
hoeverre
wezenlijke moeilijkheden gestuit
;
zijn
en
c.
zijn
de thans geldende bepalingen op in
hoeverre schijnt eene wijziging
van deze bepalingen u onvoorwaardelijk noodig? (Bulletin des Internationalen Arbeitersamts I n. 8 9, bladz. 392).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's