Parlementaire redevoeringen - pagina 79
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
CHRISTENDOM ONDER GELOOFSVERDEELDHEID.
77
hoogere waarde, van hoogere beteekenis te zijn dan het confessioneele Christendom, dat in de verschillende Kerken bestaat. Er wordt met de uitdrukking „Christendom boven geloofsverdeeldheid" een oordeel uitgesproken over het religieuse Christendom; de ethische vrucht daar-
wordt dus
van
de
eigenlijke vrucht beschouwd, en dan nog in nemen. Wil men eene andere phrase, eene andere de formule accepteeren van een Christendom onder Wij wenschen, dat de krachtige werking van de
als
humanistischen zin
te
formule, dan zou ik geloofsverdeeldheid.
Kerk,
de evolutie haren loop
als
de harten en neerdalen
zal
de huizen, opdat
in
in
het
en
huiselijk
hebben, haar invloed uitoefene
zal zij
in
van het geloofsleven het maatschappelijk leven, en dat, precipitaat
als
wanneer iemand aan dat precipitaat raakt, elk Christen de werende hand zal uitstrekken. Dit kan de Calvinist doen, zonder iets van zijn prijs te geven, de Roomsch-Katholiek, terwijl hij Katholiek en evenzoo de Hervormde zonder iets van zijn standpunt op te Want zij ontmoeten elkander op een terrein, waarbij van gegeven.
Calvinisme
blijft,
loofsverdeeldheid nog geen sprake kan
zijn,
omdat
het geldt het natuur-
lijke leven.
De
Drucker
heer
heeft
vraag gesteld, of inderdaad
de
geving van het vorig Kabinet zoo sterk gezondigd de Christelijke partijen
gegeven,
is
te
is,
coaliseeren.
de wet-
in
dat er aanleiding
De
uitdrukking in
Er
staat in de Memorie van Antwoord is voorzichtig Memorie van Antwoord, dat in enkele wetsontwerpen die beginselen Waar slaat dat op? niet meer in strikten zin geëerbiedigd werden. Dat kunnen toch de kinderwetten vroeg de geachte afgevaardigde.
gekozen.
de
niet
die
zijn,
de
Minister
van
zoo mooi vond.
Justitie
De
geachte
met de Ongeafgevaardigde uit Groningen Toen de wet uitgevoerd. vallenwet en wenscht, dat zij snel worde En echter in behandeling was, vond hij ze niet zoo heel mooi. ik meen toch er aan te mogen herinneren, dat wat in de ontwerpen is
der kinderwetten
werd Ik
dank
gesteld,
zou
genomen
willen
gewraakt
is
nü
zeer
en daarin
ingenomen
niet is
opgenomen,
de critiek van de rechterzijde. vragen, of de geachte afgevaardigde
ter zijde
zij
geen
kennis
herziening van de regeling van
van het wetsontwerp tot in art. 38 werd voorgesteld, dat de besturen der instellingen van weldadigheid aan den beheerder van het centraal register van de gemeente, waarin zij werkzaam zijn, zouden doen toehet
heeft
Armbestuur, waarbij
komen
—
werkhuizen
omtrent
de
verzorgde
minderjarige kinderen
door haar in die gemeente buiten gestichten of armen, omtrent de echtgenooten en inwonende opgaven, behelzende naam, leeftijd, woonplaats,
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's