Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 190

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 190

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

3 minuten leestijd

ZITTING 1902—1903.

188 geachte

afgevaardigde

nu sprak, tusschen

hem en

mij geen verschil

bestaat.

Ten slotte een enkel woord aan den geachten afgevaardigde, den Van Kol, aan wien ik bij zijn terugkomst namens de Regeering

heer

den welkomstgroet mag brengen, die met het oog op de koloniale debatten hem behoort gebracht te worden, omdat hij daarbij steeds gebleken is te zijn

een der kundigste afgevaardigden.

Hij heeft mij de vraag gesteld,

al dan niet genegen was om, in geval van nood, uit de Nederlandsche schatkist gelden beschikbaar te stellen tot leniging van den nood op Java. Ik mag vertrouwen, dat de geachte afgevaardigde

of de Regeering

bij

zijn

verkeer onder de zon van Indië niet zóó

alle

politiek besef zal

waar op dit oogenblik van een Minister van Koloniën nog niet heeft de definitieve aanstelling onmogelijk is voor de Regeering, op een punt, kunnen plaats hebben dat de geheele koloniale politiek ten slotte zou kunnen beheerschen, een definitief antwoord te geven, overmits de Regeering aldus zou ingrijpen op hetgeen een toekomstige Minister van Koloniën meenen zou, hetzij in overeenstemming met het oordeel der Regeering, hetzij als zijn eigen opinie, te moeten doen. Toch wil ik het hierbij niet laten, maar, nu de geachte afgevaardigde op de zaak zelf is ingegaan en de Regeering beschuldigd heeft, zelfs niet het minste besef te hebben van het gebrek, dat in Indië geleden wordt en van den nood, die er bestaat, zijn beweringen met de stukken weerleggen. In de eerste plaats heeft de geachte afgevaardigde er op gewezen, dat in de vorige Troonrede gesproken werd van het instellen van een onderzoek naar den toestand der inlanders. Hij deed het voorkomen, alsof dit slechts een ijdel woord was geweest en de zaak reeds van de baan was. Ik wensch daarom mede te deelen, dat, terstond na afloop van de begrootingsdiscussies, toen mijn betreurde gewezen ambtgenoot van Koloniën weder in staat was om op te treden, hij in het begin van Februari met den Gouverneur-Generaal in overleg is getreden omtrent het instellen van dat onderzoek, en dat de GouverneurGeneraal bericht heeft, met de hoofden der departementen van algemeen bestuur daarover te hebben gebesogneerd, zoodat ten gevolge van de aldus voorloopig verkregen denkbeelden den 7den Juli jl. het vraagstuk ter behandeling is overgegeven aan den Raad van Indië, van wien het antwoord nog gewacht wordt. In de tweede plaats wensch ik er op te wijzen, dat, in afwachting hiervan, bij besluit van 2 Juni, no. 6, in Indië zelf eene commissie is ingesteld, om dien bijzonderen nood in enkele afdeelingen van Semarang verloren hebben, dat

hij

verstaan

zal,

hoe het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 190

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's