Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 278

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 278

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

4

eruditio

i.

hij .

solida,

integritas

vitae

2

.

17).

(p.

qua quis bona

dispositie

§87. BUDDEUS.

Hfst. III.

2.

sapientia,

3

Sapientia

is

prudentia

.

hem

deze moet met geestelijke critiek de eruditio leiden,

pro corpore amplecti velimus". Prudentia

is

(p.

de

legitimus

en welke de media apta

met deze prudentia moet bestaande

in

de vitae

zijn (p.

diepte, en

en

zonder een

intellectueele

komt

waar

uit,

waarvan

hij,

p.

zweem van

met elkander

verband

in

hij

spreekt van

48,

zegt:

het zedelijke

te zetten.

de dona

Hetzelfde

thcologo 'requisita,

in

„Ad dona haecce

gloed en

zijn

om

poging,

legitimum salutaremque usum dirigenda sunt". neiging,

hierbij

bekeering

dere

op de

naturalia accedere

Want

der Piëtisten

lijn

als eisch te stellen,

„Cum

uit:

En

Een geheel

27).

(p.

debent spiritualia; per quae etiam naturalia sanctificanda

hij

wat

26).

ook omdat een „ecclesiae doctor

voce, docere debet"

uitwendige aansluiting dus aan het Piëtisme, zonder zelfs

leert,

dan de voluntatis emendatie gepaard gaan,

integritas,

quam

vita non minus,

umbram

„nisi

ad specialia, die ons in elk gegeven geval is,

en

22),

toepassing van deze

sapientia finis

„ea animi

daarbij

malis discernere potest"

a

en

divina

maar

drukt

hij

christianus quis prius esse debeat,

et

ad

wel gevoelde

over te gaan, en dit in

quam

dezer voege

theologus eva-

eorum quoque donorum, quae omnibus vera fide communia sunt, qui ad theologiam accedit, particeps esse, creditur" (p. 48). Veel meer is Buddeus dan ook in zijn

queat,

praeditis

merito

element, waar

hij

de propaedeuse bespreekt, en

een rijke

hierbij

philologische, mathematische, historische en philosophische ontwik-

keling vordert. Bij de philologie neemt

hij

ook de ars

wier gebruik, „si sobric tractctur, in ipso codice sacro

nendus de

est"

(p.

148). Bij

Kerkhistorie

eindelijk

niet

de historie weet

bij

de philosophie

nog

hij

niet recht,

de algemeene hoort in

engeren

zin

critica op,

haud contem-

190).

(p.

waarom

En wat

„quae, si recta

betreft,

sobrieque tractetur, ingens et praesidium, et

ornamentum doctrinae

Opdat men nu

caute et recto tramite

theologicae adfert" te

werk

ga,

(p. 234).

moet men de

utilia

zoeken, de inania mijden

natume consideratione sapere, hoc

est philosophari

iuremus; recentiores

audiendi, ut nullius in

vorl>;i

contemnamus veteres";

men moet

niet

;

ita

;

„ex ipsa

philosophi

ita

consulendi ne

meenen, dat men zich van

alles

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 278

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's