Parlementaire redevoeringen - pagina 123
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
PRACTISCHE VOLKSOPLEIDING.
121
op de moeilijkheden, die zich voordoen. De moeilijkheid werd door dien geachten afgevaardigde vooral daarin gezocht, dat men niet heeft de noodige onderwijzers. Dat is inderdaad een groot gebrek,
vestigen
waarvan zoowel het middelbaar als het handels- en ambachtsonderwijs En wordt voor zeker onderwijs eene groote lijden heeft. te veel door particulieren, steun verleend door provincie en gegeven bijdrage Rijk,
er en komen de leerlingen dan de mannen, die ebenbürtig
om onderwezen
gebouw
het
is
worden, waar
zijn
zijn,
die
te
op dezelfde
als de mannen en vrouwen in het buitenland, om dat geven? Ik dank den heer Bos, dat hij met klem op dit gebrek heeft gewezen en ik verzeker hem, dat dit onderwerp ook reeds bij mij een punt van overweging heeft uitgemaakt. In de eerste plaats is noodig vorming van mannen en vrouwen, die als onderwijzers kunnen optreden. Ik meen, dat in het vorige jaar door den heer Van Kol is gezegd, dat wat ons op technisch gebied vooral ontbreekt, de zoogenaamde middelbare technische scholen zijn. In Oostenrijk heeft men de Gewerbeschulen, scholen, niet op eene lijn staande met onze Polytechnische School, maar het midden houdende tusschen eene technische en eene ambachtsschool. Deze soort scholen voldoet in Oostenrijk uitstekend in Saksen heeft men ze ook ingevoerd en zij kunnen werkelijk als model dienen. Die scholen hebben wij speciaal noodig, zullen wij ook voor de lagere scholen iets verder komen. Ik zeg nog niet, dat het mogelijk zal zijn, op die scholen de onderwijzers voor het lager technisch onderwijs geheel te vormen, maar het zou een middel zijn, om iets verder te komen dan wij op het oogenblik zijn. Ik meen daarom, zonder er dieper op in te gaan, en daardoor weer op te rakelen de oude schoolquaestie, beter te doen met mij tot het nu gesprokene te bepalen en de heeren, die dezen morgen over het onderwijs zich hebben uitgelaten, dank te zeggen voor de sympathieke en welwillende wijze, waarop zij dit onderwerp hebben
hoogte
staan
onderwijs
te
;
besproken.
Handelingen,
Mijnheer dr. dat,
De zoo
de
De
blz.
497
— 499.
uit Amsterdam» kunnen bevorderen, lang na dezen, de benoeming plaats had van
Voorzitter!
geachte afgevaardigde
Visser, heeft mij gevraagd, of ik niet zou
mogelijk niet
te
een hoogleeraar aan de Leidsche Universiteit
in het
Romeinsch-Hollandsch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's