Parlementaire redevoeringen - pagina 538
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
536
om
op beperkt terrein eenige gegevens Die statistieken en gegevens zijn door Dr. Linsted voor te vinden. Zweden verzameld uit hetgeen geschied is in het korps van de Duitsche hier en daar te hooi en te gras
spoorwegambtenaren. Voor ging
was,
wenschelijk
meer dan daarom,
mij die
lief
was,
al
die onderscheidene punten, waarin wijzi-
echter de gemaakte berekeningen, veel
bleken
spoedig een slag
al
berekeningen
niet te
in
En
de lucht.
ik
meende
moeten doen maken door één man,
maar door verschillende van elkander onafhankelijke personen, om te wat zij, ieder op eigen gelegenheid en naar hun beste weten werkende, zouden vinden, en dan te controleeren, in hoeverre hun resultaat onderling overeenkwam. Op die wijze had men althans eenige meerdere zekerheid, dan wanneer het werk geschiedde door slechts één persoon. En nu moet ik, op grond van de gegevens, die op dit oogenblik te mijner zien,
beschikking
komen,
staan,
mij niet
is
voortduring
daartoe
bij
Op
oogenblik
dit
zeggen,
dat
de poging,
om
tot
een ander
medegevallen. Zal ik nu een anderen blijven
wordt
er
weg
stelsel
te
inslaan en
wachten? Ik wensch dit niet te doen. ook op mijn Departement wel één
dan
ontwerp gemaakt, maar ik laat te gelijk een ander ontwerpen. Daardoor heeft men tot het laatst den tijd om te zien, of de berekeningen uit-
komen, en kan in elk geval, al slaat het nieuw gezochte stelsel tegen, een ontwerp bij de Kamer worden ingediend. Vraagt men mij nu, of ik eene schatting kan geven van den tijd, waarin deze zaak kan afloopen, dan meen ik wel de verzekering te kunnen geven, dat vóór de stembus van 1905 niet alleen een avantprojet, maar een ontwerp van wet zal zijn ingediend, en dat wel, naar ik hoop, nog tijdig genoeg om, mits de Kamer wil en met ijver werkt, en wat van af September tot heden door de Kamer is „gezeten" en gesproken, toont eene activiteit, die, wanneer zij niet wordt uitgeput door de begrootingsdebatten, het beste belooft voor de toekomst nog eene afdoening door de Kamer mogelijk te maken, indien althans de principieele strijd tusschen het Kabinet en de Kamer ook dan niet weder al te tijdroovende verhoudingen aanneemt. Omtrent de vraag, of het Kabinet en de onder het Kabinet staande Departementen behoorlijk gewerkt hebben, wensch ik niet een statistisch onderzoek in te stellen, vergelijkende de werkzaamheid van het vorig Kabinet gedurende eene bepaalde periode met eene gelijke periode van dit Kabinet. Nooit heb ik geklaagd over het vorig Kabinet, maar even beslist weiger
—
—
ik,
het Kabinet
omdat ook
dit
van mijn voorgangers ons
als
maatstaf
Kabinet het recht heeft, zelfstandig
daarover het oordeel
te
vragen. Zeker,
men
te zien
zijn
weg
aangelegd, te
gaan en
heeft voorgerekend, dat uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's