Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 44
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
36
METHODOLOGIE EN HODEGETIEK.
Hfst. III. § 19.
i.
kundige over, en neemt nu de proef op de som, of van de ge-
vonden hoofdgedachte
uit
de ligging, de vorm en de bewapening
der afzonderlijke bastions in elk der liniën zich verklaren laten.
Mutatis mutandis nu die in het object wij
kennis van
tot
is
deze onderscheiding tusschen de methode,
van onderzoek dit
object
schuilt,
pogen
en de methode, waarlangs
te
geraken, op elk weten-
schappelijk onderzoek van toepassing. In elk object, dat door ons
kunnen gegrepen worden, moet een plan verwezenlijkt zijn. Er beweegt zich in elk object, geheel onafhankelijk van ons denken, een denkend motief, en dit motief wetenschappelijk
drijft
spoor.
in
is
ons
die er in schuilt, in een vast
gedachte,
de methode, die
wier kennis het eerst
de
object
dit
Dit
zal
in het object zelf schuilt,
eigenlijk
doen
te
Maar
is.
van den omtrek naar het centrum van
we
om nog
die
wij,
dit object
doordringen, hebben eerst een methode te zoeken,
en
moeten
om van wat
naar de schuilende gedachte door te dringen; en eerst
zien,
zoo die gevonden
is,
beweegt ook ons denken zich van het cen-
trum naar den omtrek, en denkt metterdaad de gedachte, die zich in het te onderzoeken object belichaamd heeft,
In hoofdzaak loopen
we dus
na
(utTtoyerai).
van buiten naar binnen en dan
eerst
van binnen naar buiten terug, en beide malen zijn we gebonden aan den weg, die in het object zelf gegeven is. Vandaar dat de
weg
Methodologie ons zoowel den het innerlijk bestaan van
waarlangs
Lagen tot
we
er
afbakent, waarlangs
we
tot
het object doordringen, als den weg,
het ontstaan van dit object doorzien kunnen.
nu op den weg, waarlangs we van de verschijnselen
het innerlijk bestand van het object doordringen, geen slag-
boomen, zoo zou deze tweeërlei taak van de Methodologie op tweemaal hetzelfde, slechts de ééne maal in omgekeerde richting van de andere, neerkomen. object
allerlei
Nu
echter aan het indringen in het
te
de Methodologie de taak, ons aan nissen
weg
hindernissen in den
waarnemer, deels van het waar overwinnen
blijken, langs een
hindernissen, die
kunnen, zijweg toch
bij
staan, die deels
nemen
object
te wijzen,
hoe
komen,
we
van den rust
op
deze hinder-
of hoe we, zoo ze onoverkomelijk tot
ons doel kunnen geraken. Deze
de onderscheidene objecten verschillend
zijn,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's