Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 114

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 114

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

IOÓ

THOMAS VAN AQUINO.

ook wel van de creaturae sprake

sacra

Doctrina toch

Hfst. III. § 54.

2.

alleen

principaliter

creaturae slechts „secundum quod refenintiir cipiutn vel fineni"

Een

.

7).

ad Deum

ut

ad prin-

wetenschappelijke opvatting, die

strikt

de latere dogmatische ontwikkeling maar (p. 6 en

maar dat

is,

van God wordt gehandeld, en van de in

zeer teloor ging

al te

Hij verzet er zich dan ook tegen, dat

men

Christus

of de Heilsleer als inhoud van de Sacra doctrina neme. Als echt

theoloog vordert

hij,

bezighoude, en alles wat terugleide

dan ook

13).

(p.

haar object,

t.

.

om

boven

t.

(p.

En

9).

uit

God

stelt

afleide

hij

Wezen;

2

.

om

tot

Hem om

i.

de zekerheid van

God gegeven Openbaring

als scientia practica,

men

en

de Scientia divina

andere wetenschappen:

alle

w. de van

haar verheven doel

aeterna

behandelt

w. het Eeuwige

haar uitgangspunt, 3

zij

In dien zin opgevat stelt

dignitas

in

God

dat de Theologie zich uitsluitend met

t.

eindelijk de vraag,

;

en

w. de beatitudo

welke methode

deze scientia volgt, of namelijk ook deze wetenschap door redeneering overtuigen wil (utrum haec doctrina

dan geeft

sit

omtrent de roeping der Scholastiek deze bepaling:

hij

geen wetenschap bewijst haar principium, maar uit

argumentativa),

zij

argumenteert

haar principium ten bewijze van haar verderen inhoud.

Het

bewijs der principia laten de overige wetenschappen over aan de

hoogere wetenschap der Metaphysica. Juist daarom echter kan

de Metaphysica tegenover iemand, die haar principia loochent, alleen argumenteeren, zoo hij althans eenig uitgangspunt, welk

dan ook, aan haar toegeeft.

Doet

hij

dit niet,

dan kan ook de

Metaphysica aan zulk een nooit de waarheid van haar principia bewijzen,

maar

alleen zijn

handelt de Sacra doctrina.

maar vindt

dit in

bedenkingen weerleggen. Evenzoo nu

Ook

deze bewijst haar principium

niet,

de Sacra Scriptura, en de Sacra Scriptura op

haar beurt argumenteert met dengene, die haar loochent, slechts dan, als

hij

erkent, althans eenig uitgangspunt

met haar gemeen

met zulk een ook niets te hebben. Doet hij dit niet, dan verder aan te vangen. „Si vero adversarius nihil credat eorum quae divinitus revelantur, non remanet amplius via ad probandum valt

articulos

fidei

per rationes, sed ad solvendum rationes,

inducit contra fidem"

(p. 14).

si

quas

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's