Parlementaire redevoeringen - pagina 333
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONGEVALLENWET
331
1901.
voortdurend bezig en ik kan de verzekering geven, maatregel in orde is, hij zal verschijnen. Maar ik
zijn
de
bepaalden datum voor het
in
werking treden van
vallenwet vaststellen vóór ik weet, dat wij zoover
kan. Ik meen, dat datgene, wat daarvoor noodig
week kan gereed komen. Binnen
zeer korten
artikel zijn,
1
dat,
zoodra
mag geen der Onge-
dat alles loopen
in ten hoogste eene kan het meerbedoelde
is,
tijd
besluit derhalve verschijnen.
De
geachte spreker heeft mij
dank hem
dat
zeer,
hij
de
nog eene andere vraag gedaan en ik der Regeering op het daarbij
aandacht
bedoelde punt heeft gevestigd. Hij zeide namelijk: wees er bedacht op, dat ge degelijke controle
werklieden, opdat
zij
u
uitoefent,
niet foppen.
zoowel op de werkgevers als de Toen de geachte afgevaardigde dit
gauw eens de stukken nagegaan, maar ik begrijp niet, hoe waarschuwing komt. Wat de loonlijsten betreft, zoo zeide hij, is bepaald, dat zij moeten worden ingevuld, maar niet dat dit Alles is mogelijk, maar in het exem„behoorlijk" geschieden moet. plaar, dat ik hier bij mij heb, staat wel degelijk het woord „behoorlijk". Art. 46, sub c, der Ongevallenwet 1901 handelt juist over de loonlijsten. Art. 45 zegt „de werkgevers houden loonlijsten aan", en dan volgt er in art. 46: „Onze Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid stelt vast .... c. het formulier der loonlijsten, bedoeld in het vorig artikel." Houden de werkgevers geen loonlijsten, dan zijn ben
zeide, hij
tot
ik
zijn
:
98 vullen zij de formulieren niet behoorlijk in, dan is art. 99 op hen van toepassing. De opmerking heeft mij, zooals ik zeg, eenigszins bevreemd, maar ik meen, dat de zaak inderdaad in orde is. In de tweede plaats heeft de geachte afgevaardigde er op gewezen, Inderdaad dat er met name een grooter aantal agenten moet komen. zij
strafbaar volgens art.
ben
ik
er
van
overtuigd,
worden vermeerderd. die
agenten
deskundige dat
men
de
;
dat
Toch
simulatie
geheel
op het gebied van
daar,
om
het aantal agenten aanzienlijk dient
betwijfel ik, of het mogelijk zal zijn,
tegen
te
particuliere
gaan.
Er
is
mij door
te
door een
maatschappijen verzekerd,
die simulatie tegen te gaan,
beschikt over een over
land verspreid getal van 500 personen, en dat het alleen met een zoo groot en uitgebreid korps mogelijk is, de controle behoorlijk uit te oefenen. Welnu, er valt niet aan te denken, dat de Rijksbank zoo'n groot aantal agenten zou kunnen aanstellen. Gaarne geef ik toe, dat het getal, thans in functie, niets beteekent, en ik wil het voorstel van den het geheele
geachten afgevaardigde
om
het te
vertienvoudigen, wel gaarne in over-
weging nemen. Maar dat ik er veel mee vorderen zou, reeds nu die menschen te gaan aanstellen, geloof ik niet. Ik behoor niet tot de overmatig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's