Parlementaire redevoeringen - pagina 583
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Burgemeestersbenoemingen.
581
Wat
betreft de benoeming van den burgemeester van Woudrichem, de geachte afgevaardigde het doen voorkomen, alsof wij hier te
heeft
doen hadden met eene bekeering van de socialistische tot de anti-revolutionaire beginselen, onder den invloed van het optreden van dit Kabinet.
Daarom
wil ik zeggen, dat mij zijn voorgelegd zeer uitvoerige brieven,
vormende eene
briefwisseling,
in het
dien burgemeester en het gewezen
begin van 1894 gevoerd tusschen
van deze Kamer, wijlen den heer van Jutphaas, indertijd afgevaardigde voor het district Sliedrecht. Uit die correspondentie is mij gebleken, dat reeds in 1894 de nu gelid
De Geer noemde
datgene, wat
hij vroeger beleden en gedaan had, verfoeide, geheel van overtuiging veranderd en tot de anti-revolutionaire beginselen gekomen was, en in de tweede plaats, dat hij in de kringen, waarin
en
beslist
verkeerde,
hij
op
allerlei
wijze getoond heeh, dat die verandering van
overtuiging niet alleen bestond in woorden. Hij heeft alles gedaan wat hij kon, zonder eenige opoffering te ontzien en zonder geld daarvoor te ont-
vangen, om, waar
Waar
ik te
liever
niet
hij
was, vrijwillig het bijzonder onderwijs
dienen.
te
doen had met iemand, omtrent wien, blijkens een getuigenis (waarvan ik meer zou kunnen zeggen, wat ik echter van deze plaats
doen
zal) uit mij
overgelegde correspondentie van zoo ernstige
beteekenis als die van den heer dat
hij
De Geer van
Jutphaas
e. a.,
vaststond,
sedert eene lange reeks van jaren de uitspattingen van zijn jeugd
betreurde en in,
waarom
Ik
had
tot
ik
daar
eene
besliste overtuiging
gekomen was, daar zag
den man hard zou vallen en hem te
minder
lust
in,
omdat
niet
ik niet
zou voordragen.
ik zelf in jongere jaren
denk-
beelden en overtuigingen ben toegedaan geweest, welke van die van den
heer Schaper niet ver afstaan. En waar ik nu toch
niet geloof, dat
daarom
mag gezegd worden, te
dat ik van overtuiging veranderd ben zonder dat meenen, weet ik niet, waarom men niet ook bij anderen zou geloo-
ven aan overgang van overtuiging.
Wat
het laatst besproken geval betreft,
zij
het mij veroorloofd op te
Wierden van onderscheidene kanten aandrang kreeg om daar den heer Van den Berg voor te dragen. Ik heb geïnformeerd, wat voor een man hij was en naar zijn kunde en geschiktheid, en ik heb van den Commissaris der Koningin alleszins bevredigende inlichtingen merken, dat
omtrent
hem
lang
mij
ik uit
ontvangen. Maar op het laatst, nadat zich het bericht reeds op het Departement bevond, kreeg ik van den Commissaris der Koningin mededeeling, dat hij mij toch op een punt, waar ik niets van wist, opmerkzaam moest maken, dat namelijk bij genoemden persoon plaats had gehad een overgang van overtuiging, dat hij vroeger geweest was liberaal en dat hij nu was anti-revolutionair en dat men bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's