Parlementaire redevoeringen - pagina 544
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
542
Toen is het eerst noodig geachte voorstel uit het ontwerp teruggenomen en werd gevraagd, wat wij met art. 109 zouden doen. Zouden wij het ploegenstelsel bestendigen? Die vraag echter hing met de staking in geen enkel opzicht samen, ze was eene zelfstandige quaestie van militairen aard, waarover de Minister van Oorlog het best kon oorEn waar het dezen Minister voorkwam, dat dit ploegenstelsel deelen. verkeerd werkte en het verkieslijk was, de zaak anders
in te richten,
men overeengekomen, te handelen zooals gehandeld is. In de Memorie van Toelichting is er intusschen terstond bijgevoegd, dat dit onzerzijds in het minst niet als eene hoofdzaak werd beschouwd, waarvan rust en
is
Ook
eene beginselquaestie. Er
vrede
in
alleen
gezegd, dat wij van deze gelegenheid wilden gebruik
bijkomstig
het
afhingen.
land
ook
punt
dit
te
niet als
regelen.
is
maken om
Oorspronkelijk had het voorstel
eene andere beteekenis, maar door de veranderde omstandigheden kwamen wij toen in deze positie te staan. Toen men dan ook in de Kamer, ook aan de rechterzijde, meende, dat het in plaats van op eene verlichting op eene verzwaring van van burgerlijke,
militaire lasten niet
zou uidoopen,
van militaire appreciatie
— wat eene quaestie — welke reden zou er toen iets,
is
,
om het op haren en snaren te zetten? was de quaestie van het afschaffen of behouden van het ploegenstelsel allerm.inst, en daarom had toen de terugneming van het voorstel plaats. Ik geloof, dat men, hierop ingaande, tot de overtuiging zal komen, dat het Gouvernement, wel verre van in deze zaak gespeeld te hebben met de Kamer, eenvoudig den gezonden weg is gevolgd, dien het gemeen overleg eischte en die m. i. altijd behoort voor de Regeering hebben bestaan
Van
zulk een
gevolgd
belang
worden.
De Regeering
door hetgeen hierover gezegd weerhouden, om, wanneer bij de behandeling van een volgend wetsontwerp denkbeelden mochten worden aan de hand gedaan, waarvan zij moet toegeven, dat ze beter zijn of te
en geschreven
is
dan ook
zal zich
niet laten
van achteren blijken juister te zijn, denzelfden weg te blijven volgen. Thans een kort woord over de stakingstroebelen. Men heeft ons toegevoegd, dat wij niet hadden mogen zeggen, dat een ander Kabinet in het voorjaar niet behoorlijk voor de orde zou hebben ingestaan. De geachte afgevaardigde uit Zutphen heeft niet zonder zekeren omhaal te kennen gegeven, welk eene groote beteekenis het gebeurde van 1900 had gehad, waartegen hij was opgetreden. Mijnerzijds heb ik daartegen niets die
te
zeggen. Ik heb destijds aan het Kabinet daarvoor hulde gebracht en ik
ben zou
zelfs overtuigd,
op aankwam, die geachte afgevaardigde wat militair geweld betreft, misschien gegaan zijn. Maar ik veroorloof mij, op
dat, als het er
optreden op eene wijze,
nog verder zou gaan dan
die,
wij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's