Parlementaire redevoeringen - pagina 296
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
294
onderwijs en de bepalingen van de hoogere burgerschool niet
baar
—
—
op de helling stond; wanneer niet algemeen zoo te zeggen den lande de overtuiging ontstaan was, dat het middelbaar onderwijs, zooals het op het oogenblik is ingericht, niet beantwoordt aan de bestaande behoeften, zoo zelfs, dat de Staatscommissie, die ik hoop, dat zal kunnen benoemd worden, inzonderheid met de positie van het middel-
om
in
baar onderwijs in verband met het gymnasiaal onderwijs zich zal hebben bezig te houden; wanneer dus, met andere woorden, de zaak van het
middelbaar
onderwijs
voor herziening was opgeschreven, dan zou
niet
men misschien van mij kunnen vragen, althans voorloopig door te tasten. Maar waar een ieder weet, hoe groot de klachten zijn over het openbaar onderwijs, hoezeer van
alle
kanten gehoord wordt, dat het middel-
baar onderwijs niet aan het volk geeft wat het geven moet, en hoe op aanmerkelijke wijzigingen in het onderwijs wordt aangedrongen, is het zeer
de vraag, of het
juist het
hoogere-burgerschool-onderwijs
kosteloos toegelatenen geeft wat het geven moet. die richting
moeten
Of
zal
is,
dat aan de
men
het veeleer
uitsturen, dat aan hen, die lager en uitgebreid lager
onderwijs genoten hebben, en verdere ontwikkeling toonen
onderwijs
een zij
wordt gegeven, meer
van ons verwachten?
Is
het
dien toestand verkeeren, ik niet
in
te
behoeven,
overeenstemming met hetgeen
dan zoo onbegrijpelijk, dat, waar wij in geneigd word gevonden, op dit oogen-
omkeering in de zaak aan te brengen, die door den geachten interpellant wordt gevraagd? niet als interpellant — nog drie andere De heer Ter Laan heeft vragen aan mij gedaan. Vooreerst die omtrent de pensioneering van die
blik
radicale
—
de onderwijzers aan gemeentelijke hoogere burgerscholen en particuliere instituten. Ik kan niet wel inzien wat ik des aangaande thans zou hebben
mede te deelen, nu over niet te langen tijd het desbetreffend wetsontwerp de Kamer zal bereiken. Verder heeft hij een goed woord gesproken amanuenses bij de hoogere burgerscholen. Hij meende, dat, f600 per jaar krijgen en de conciërges f600 -f- vrije woning, er aanleiding bestond, hun salaris van f600 eenigszins te verhoogen. Ik snijd de mogelijkheid niet af, dat die opmerking den amanuenses wel-
voor de
waar
zij
licht ten
goede
zal
Ten derde heeh
komen. hij
—
en hebben na
hem de heeren Verhey en Bos
—
de vraag ter sprake gebracht van de toelating van meisjes op de gym-
op de hoogere burgerscholen. Wij verkeeren ten aanzien van in hetzelfde geval als ten de gymnasia uitgezonderd aanzien van de kostelooze toelating. Ook hier hebben aanvankelijk d& zin en de bedoeling, om ook de meisjes toe te laten, niet bestaan. Sedert
nasia en
de
meisjes
—
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's