Parlementaire redevoeringen - pagina 64
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901—1902.
62 beelden ons niet
openbaard
is,
om
gelegd,
in,
van
dat de wil
maar houden staande, de natuur,
uit
God
ons op eene bijzondere wijze ge-
dat integendeel ons de taak
de ervaring en
uit
uit
onze rede,
is
op-
in elk ge-
geven geval, op te maken, hoe behoort gehandeld te worden. Die tegenwerping verstaan wij, en we ontkennen allerminst, dat er vrijzinnige denkers zijn, die metterdaad gevoelen, aan een H oogeren wil onder-
worpen
en
zijn,
te
die
de
kracht
van hun overtuiging
juist
aan het
bewustzijn ontleenen, dat ze naar hun beste weten, overeenkomstig dien
Hoogeren weten Ik
mag
woord ik
zou
pogen
wil,
te
in het Staatsbeleid
vragen,
of
handelen.
dit
iets
En wanneer
staat.
Bij
de zoodanigen spreekt het ge-
mee." dan
in
de rede,
in
anders
ik opsla
is
de Memorie van AntUtrecht gehouden,
anders niet doen, maar de heeren hebben
dit
—
dan lees
zelf die
—
rede hier
op bladz. 6: „Wij keuren hier niemands geloof, noch zitten hier als kettermeesters over het ongeloof onzer medeOnzer is hier alleen de vraag, wie met ons uit den wortel burgers. der Schrift tot gelijke staatkundige overtuiging is gekomen." geïntroduceerd
,
ik
Welnu, naardien hieruit blijkt, hoe ik persoonlijk vóór de stembus mij evenzoo heb uitgelaten als in de Memorie van Antwoord, zullen de heeren toch wel toestemmen, dat hun aanklacht tegen mij ook ten deze vervalt. Men zou echter kunnen zeggen ja, maar gij waart toch zoo conciliant als nu. Dat geef ik toe. Maar ik bij de stembus niet zou wel eens willen weten, hoe het anders mogelijk was. Ik begrijp niet, hoe men bij de stembus, waar het gaat om de meerderheid te verkrijgen, kan zeggen laat ons conciliant zijn. Dan zou het een spiegelgevecht worden, geen wezenlijke bataille, en het mooie zou er dan af zijn. Maar zegt men dat conciliante gebruikt gij want dat was de bedoeling om uw eigen positie te versterken, want in uw natuur zit dat zoo niet, en, wanneer voor den dag kwam uw eigen natuur, dan zou men wat anders zien, dan wil ik den heeren even aantoonen, dat ik mij reeds 24 jaar geleden precies zoo heb uitgelaten, en waar :
:
—
:
—
—
zoo conciliant was, zullen zij het mij niet kwalijk op mijn ouden dag niet minder conciliant ben dan toen. Wanneer ik toch Ons Program opsla, dan staat daar met zooveel woorden, dat dit boek geschreven is niet „om uitsluitend een land te bevredigen, waarin niet dan Calvinistische anti-revolutionairen wonen, maar bedoelt, de voorwaarden van edeler existentie en natuurlijker ont-
ik
toen
reeds
nemen, dat
ik
wikkeling, dan ons thans gegund zijn, te bieden aan een Rijk van gemengde bevolking. Eene schets derhalve, wel van anti-revolutionaire zijde uitgaande, maar toch bestemd voor het heele land, d.i. er op aan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's