Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 12

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 12

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1901

10

— 1902.

ongedaan konden maken, wat gedaan was, en niet thans konden De geaclite afgevaardigde doen, wat destijds ongedaan gebleven was. verloor uit het oog, dat hetgeen men doet, of doen kan, of niet doen wij niet

kan, ook gebonden kan zijn aan een

tijd. Ik zal een voorbeeld noemen, waarvan de geachte afgevaardigde de juistheid dadelijk zelf zal toegeven. Ik wijs op hetgeen te beslissen is geweest naar aanleiding van de Wat toen te beslissen was, kan niet weer voor dit Vredesconferentie. komen. beslissing Kabinet ter Handelingen, blz. 59.

Mijnheer

de

meen

Ik

Voorzitter!

ook

handelen, wanneer ik mijnerzijds

geest

koloniaal

Waar de algemeene

ingezet.

bedoeling

bij

de verschillende partijen hebben zich verklaard

Kamer

der

debat

voortzet als het door den geachten afgevaardigde

breedte is

den

in

het

niet uit

het adresdebat in

dien zin

te

die

in

Enschedé is

dat

en

men

wenschte, het principieel debat over de verschillende onderwerpen van regeeringsbeleid Staatsbegrooting,

voeren

te

en

dus

de

bij

na

algemeene beschouwingen over de

schriftelijke

dan

voorbereiding,

zal

ook

het koloniaal régime daaronder wel begrepen zijn.

Daarom slechts een kort woord naar aanleiding van het door den Van Kol aangevoerde. Die geachte afgevaardigde heeft gezegd, dat hij zich niet kon verklaren, hoe men op dit oogenblik zich nog zou opmaken om onderzoek te gaan doen naar de oorzaken van de heer

mindere welvaart onder de Javaansche bevolking. is

dit

volkomen

ellende

de

begrijpelijk.

Voor hem

Op

staat het vast,

zijn

standpunt

dat honger en

gansche Javaansche bevolking tegengrijnzen.

Wanneer

dat

eenmaal voor iemand uitgemaakt is en wanneer men meent, gelijk hij, de oorzaken daarvan zóó duidelijk te kunnen aangeven, dan heeft het natuurlijk geen zin, in de Troonrede te verklaren, dat een onderzoek zal

worden

ingesteld.

Maar de geachte afgevaardigde houde

het mij ten

goede, dat zijn oordeel in deze volstrekt de zaak niet afdoet.

tegenover

zijn

Er staan

inzichten en tegenover zijn oordeel, inzichten en oordeel-

van anderen, minstens even bevoegd om over Indische toete spreken als hij. Daarom is het toch zeer natuurlijk, dat waar de Regeering te doen heeft met twee zeer uiteenloopende meeningen, waarvan de eene door den heer Van Kol is voorgedragen, vellingen

standen

mede

en de andere niet

slechts

voorstelling

juist

strekt

overdrijft

van

en

om te

te

verklaren, dat die geachte afgevaardigde

veel generaliseert,

den toestand geeh

zij

maar

niet

zelfs

dadelijk

eene onjuiste zegt:

ik

zal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 12

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's