Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 197

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 197

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

2.

Hfst. III. § 73-

veritatis et inanis fallacia," luidt

ook

ABRAHAM zijn

sunt, qui Patribus accenseantur, nee

canon

multum

CALOVIUS.

:

1

89

„Scholastici indigni illis

legen dis operae

impendendum" (II. p. 316). In elk geval wil hij, dat men zich tot Petrus Lombardus en Thomas van Aquino bepale en de lateren ongelezen late; zoodat de Loei Communes, dien naam waard,

z.

dan ook metLuther en Melanchthon beginnen

i.

(ib.p. 185),

zonder dat Calvijn's Institutie natuurlijk meerekent.

Aan

rijke

dit

overzicht

theologische studie in haar

van de

onderscheidene vertakkingen laat Calovius een encyclopaedische

bespreking van de Theologie zelve voorafgaan, die ongeveer gelijk staat met wat men thans de pars generalis van de theologische en die, zoo wat omvang als degelijkheid encyclopaedisten ten voorbeeld hedendaagsche betreft, aan onze kan strekken. De drie eerste hoofdstukken, die over den naam

Encyclopaedie noemt,

de valsche en ware, archetypische en ectypische, en

Theologie,

der

onderdeelen

de

over

ectypische

handelen, zijn daarbij, als

van het bekende, minder belangrijk; maar reeds hoofdstuk „de distinctione Theologiae in naturalem et

slechts repetitie zijn

4

e

supranaturalem",

is

om

de

positie, die hij

opmerkingsvvaardig. Ze omvat, ook volgens Calovius,

ralis geeft,

den locus de Deo, en wel wat de natura als

Lex lijk

aan de Theologia natu-

et attributa

Dei

betreft,

voorts de kennisse der

voluntas ex aliqua parte; dan den locus van de zonde en haar straf; en eindedien van de immortalitas animae (I. p. 68, 69). Deze vierderlei

ook

zijn

divina

;

natuurlijke Godskennis vloeit ten deele voort uit ons menschelijk besef,

en

is

dus Theologia naturalis

insita, die

door de geboorte

wordt voortgeplant, maar deels ook spruit ze voort, uit hetgeen de menschelijke geest uit deze beseffen, in verband met de aan-

schouwing van Gods werken, heeft afgeleid, en heet dan acquisita, om in stand gehouden te worden „tum per institutionem et doc-

tum per indagationem et culturam propriam" (ib. p. 96 70). Zonder meer echter is deze Theologia naturalis onmachtig, om den mensch op te heffen, al stelt ze hem schuldig. Doch nu komt bij deze Theologia naturalis onder de Heidenen soms nog een

trinam,

hoogere verlichting

bij,

zondere Openharing

is

hun door het gerucht van de bijtoegekomen. „Et sane haud negandum die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's