Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nabij God te zijn - pagina 240

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nabij God te zijn - pagina 240

2 minuten leestijd

232

En

HEEKE, LEER ONS BIDDEN.

vouwen we dan onze handen, en stamelen ons gebed

zoo

maar

Amen

het

als

ontmoedigd

telkens

Voorbidden

voor

moet

we

ons zoo

het gemis aan verheffing en be-

gebed ontsierde.

zieling dat ons

bidden

voelen

uitgesproken,

is

door

anderen

en bidden

zij

kan

er

nu buiten

iedereen,

.

gelaten,

en toch

.

is

bidden een zoo uiterst moeilijke kunst, of liever het bezigheid

heilige

en

zielsaandrift

mag

kunst

Ook

de

getuigen

zielsvaardigheid eischt,

en

worden, of het houdt op bidden discipelen

gevoelden

goed een

is

van onze zielshelderheid,

die het uiterste

waren

maar

dat,

en

die

toch nooit

te zijn.

wederom

toen ze

geweest van de plechtige daad, dat Jezus,

een eindweegs van hen gegaan zijnde, zich in het gebed tot

Vader had afgezonderd, wekte dit zoozeer het besef van hun eigen onmacht om recht te bidden, dat, toen Jezus weer tot hen kwam, e'én hunner tot Hem zeide: ,Heere,

den

leer

ons bidden, gelijk ook Johannes

zijn

discipelen geleerd

heeft."

Nu

zou een overgeestelijk kind van God, in onze dagen,

zulk een vraag allicht bestraffend hebben afgewezen.

moet immers

zichzelf

uit

bidden,

Ieder

en wat waarde zou een

van buiten geleerd gebed voor God hebben

Maar Jezus was zoo

overgeestelijk niet.

nooit anders dan uit zichzelf.

hoe en,

moeilijk

zijn

om hun

om

bidden het

aller

te leeren,

Hij zei niet:

Vader

't

Hy

bad

niettemin,

discipelen eens de leermeesters en voor-

van de kerk

vraag te

Hij verstond

ja,

rechte bidden voor ons zondaren zijn moet,

't

zouden

al

gangers

Maar

Hij

eeuwen worden, Hij begreep

die

hoe ze bidden zouden, en gaf hun

Onze Vader

in z^n bijna

hemelsche

,Bidt in dezen trant". Hij gaf hun

niet als voorbeeld,

hoe

te bidden.

't

taal.

Onze

Neen, de Heere

,, Wanneer ge bidt, zoo zegt". Johannes had ook blijkbaar zulk een formuiier-gebed aan

zei uitdrukkelijk

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's

Nabij God te zijn - pagina 240

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's