Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 346
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
33«
2.
Hfst. III. §
JEAN MABILLON.
103.
saltem
quae nostram applicationem iure mereantur,
possc,
necessum
saam, dat ook
hij
fateamur"
wel een
vatting, die
met
zich bracht, dat
van
gebruik
het
(p.
et sciantur" (p.
hij,
(p.
Deze
De
daarom met een corpus doctrinae aan
te
moet
en moet dus
strijd,
Kerk
der
belijdenis
vrijere studie geldt
eigenlijke theoloog
de zaak anders aanleggen. Hij komt in
kampioen voor de
op-
werken,
264).
echter alleen voor de kloosterlingen.
Een
268).
met zekere cautio, met name van
het al
zij
Protestantsche
Grotius' commentaar, aanbeval
non
reperiri
Hiermee hangt dan deze studiën eischt, maar
267).
intentio bij
de intentio „ut penetrentur
alleen
ook
est,
als
optreden. Hij beginne
leggen
;
„seseque instruere
De
Scho-
sententiis,
receptis et approbatis in Ecclesia"
lastiek
hier dus uitgangspunt; daarna komt de Schriftstudie;
is
dan de studie
en
van
de
cuius
illa
tianae"
(p.
645).
Feitelijk
regulam
dus ook hier het
is
„Et haec
quae cum
efficit,
(traditio) fidelis interpres est,
645).
Ecclesiae.
traditiones
doctrinae concatenatio traditionem
(p.
efficit fidei
vrije
In
.
Chris-
fidelis
Dogmatiek onderscheidt ook Mabillon de Theologia
de
van de Scholastica,
in
dier voege, dat de positieve
logie slechts systematisch ineenzet, als
.
onderzoek
opgeheven en gebonden aan de uitspraak der Kerk als Scripturae interpres. Het verschil is dus slechts gradueel. positiva
.
S. Scriptura,
waarheid
leert,
terwijl
wat de Schrift en de
„campum
de Scholastica
sibi
Theo-
traditio
vindicat
ampliorem, inque studii sui partem, rationum humanarum, Philosophiae, aliarumque scientiarum admittat subsidium"
welke laatste studie dan echter de toeleg duidelijk
(p.
346); bij
blijke,
om
uit
de Scholastiek alleen de belangrijke quaestiün te onderzoeken,
met afsnijding van alle haarklooverijeh. „Ad perpetuum in Ecclesia damnentur silentium omncs quaestiones inutiles" (p. 361). „Fugiendi quoque termini peregrini et novitate sua lubrici; adhibendi vero duntaxat illi, quos ad hunc usum consecravit Ecclesia" (p. 363). Bij
de Moraal bespreekt
de
uitsluitend
hij
Casuïstiek,
en
dat
zeker zwak protest tegen de lakse moraal der Toch kent ook Mabillon geen anderen uitweg, dan dat de Kerk vaste regelen voor elk geval geve. „Optandum admodum
blijkbaar
met
Jezuïeten.
esset, ut nostris
temporibus
.
.
.
Ecclesia
.
.
.
certas Confessionariis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's