Parlementaire redevoeringen - pagina 578
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
:
ZITTING 1903—1904.
576
vooral daarom niet, wijl niet te ontkennen valt, dat er in deze op de Amsterdamsche secretarie eene vergissing is begaan. Want wanneer degenen, die voorgedragen worden, ook overleggen eene kaart, waaruit dat zij zelf als gemachtigden zich gesteld hebben, dan rust op blijkt, den burgemeester de verplichting, die voorgedragenen, van wie niet uit eene ingeleverde kaart blijkt, of zij de benoeming zullen aannemen of dat zij op de voordracht gebracht zijn, en te niet, kennis te geven,
vragen,
of
Ik
genegen
zij
aannemen of duid
zijn,
zich uit te spreken, of
zij
de benoeming
niet.
burgemeester van Amsterdam
den
het
niet in dien zin ten
kwade, alsof ik zou meenen, dat van zijn zijde opzet in het spel ware geweest, en het heeft mij genoegen gedaan, dat de heer Schaper heeft uitgesproken, dat het, bij het voor het eerst in werking treden van eene tamelijk ingewikkelde organisatie, begrijpelijk is, dat men zich bij de interpretatie van een artikel eene andere meening vormt dan men zich
vormen. Maar ten gevolge van die mijns inziens verkeerde opvatting van den burgemeester van Amsterdam is de zaak bij Gedeputeerde Staten gekomen in dezen toestand, dat Gedeputeerde
had behooren
Staten
het
bij
te
ontvangen der voordrachten misten elke aanwijzing, dat te aanvaarden. Sterker
de voorgedragenen bereid waren, de benoeming
konden formeel uitgaan van het standpunt voorgedragenen nemen hun benoeming niet aan, want de burgemeester zal hen wel in kennis gesteld hebben van de voordracht, en indien zij bereid waren eene benoeming te aanvaarden, dan zou bij de stukken wel eene kaart zijn overgelegd. Formeel heb ik dus op hetgeen nog, de Gedeputeerde Staten
de
Gedeputeerde Staten hebben gedaan, niets aan te merken. Maar als ik van het formeele standpunt mag afgaan, dan dunkt mij, dat Gedeputeerde Staten zich toch deze vraag hadden moeten stellen, of het waarschijnlijk
was,
waar zooveel personen voorgedragen waren,
dat,
Was
hadden.
doen had
te
aannemelijk,
het
allen
bedankt
—
waar men hier den achterhoek van Gelderland,
te onderstellen,
dat
met eene voordracht uit waar onder de werklieden weinig organisatie maar met eene voordracht uit Amsterdam, waar, gelijk ieder niet
of uit een afgelegen streek, bestaat,
weet, het
de arbeiders-organisatie, vergeleken
meest
volledig
is
ingericht
—
bij
andere streken des lands,
degenen, die zich er daar voorge-
spannen
hadden, zoo onnoozel zouden geweest zijn, eene heele reeks van voordrachten te geven juist alle van mannen, die niet bereid waren eene benoeming aan te nemen?
Zooeven uitliet,
is
door een ander
gezegd, dat
dit
wel zoo
lid is,
dezer Kamer, dat zich over de zaak
maar
dat er geen
tijd
was. Het was 30
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's