Parlementaire redevoeringen - pagina 295
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
INTERPELLATIE-TER LAAN INZAKE DE
293
H. B. S.
maar als alle klassen verdubbeld of verdrievoudigd worden, moet men komen tot nieuwe lokalen of tot een geheel nieuw gebouw. Men denke zich te Amersfoort voordoet. Vraag echter eens, wat de van nieuwe lokalen of van een gebouw zelf, indien er geen oppervlakte meer voorhanden is. Daarbij blijft het niet. Eene enkele men nog kan bedienen, wanneer het onderwijzend dubbele klasse
aan
hetgeen
kosten
zijn
personeel door meerdere betaling bereid wordt gevonden, die lessen er bij waar te nemen, maar zoodra er twee of meer parallelklassen bijkomen, moet men er een dubbel stel leeraren op na houden. Dit moet het zij zoo. Maar nu is de school net vol en melden zich nog een of twee leerlingen aan, om kosteloos te worden toegelaten. Dan ontstaat vanzelf de vraag, of men, ten behoeve van twee voor kostelooze toelating zich aanmeldende leerlingen, uitgaven kan gaan doen, die behalve aan lokaalbouw, aan traktementen voor meer onderwijzend personeel, aan nieuwe schoolmeubelen, licht, vuur enz. den Staat op f1500, f1800, ja f2000 kunnen komen te staan. Daardoor ontstaat eene proportie, waarvan men zelf gaat gevoelen, dat zij niet goed is. Ik stem den heer Ketelaar volmaakt toe, dat het eene onbillijke wijze van handelen is, om, wanneer iemand zich aanmeldt, die f30 betaalt, dat alles wel te doen, want dan is er ook weer geen proportie tusschen de f30, die betaald wordt en de groote uitgaven, die ten behoeve daarvan zullen moeten worden gedaan. Men zal intusschen moeten toestemmen, dat mijn geachte ambtsvoorganger niet zoo redeloos en onredelijk heeft gehandeld, toen Men had dan een zeker hij in de voorwaarden hierop heeft gewezen. middel om de zaak te kunnen beoordeelen. Eerst wanneer daarna ;
bleek, dat de aandrang tot kostelooze toelating een zoodanig karakter aannam, dat geheel het middelbaar schoolwezen in eene andere verhouding kwam te staan, had men die zaak in ernstige overweging te nemen. Dan echter niet, om met een Koninklijk Besluit of eene reglementeering voorziening te treffen, maar bij herziening van de wet op het middelbaar onderwijs, zoo niet ten slotte bij herziening van
de Grondwet. Aangezien lag,
waarop
ik
ik
evenwel het
niet
opgetreden ben, toen daar een open terrein kon gaan bouwen, maar gevonden heb
onderwijs
een historischen toestand, met eigen verleden en met bepaalde reglementeering, was het voor mij alleen de vraag, of ik geneigd was, de beWanneer men ziet staande bepalingen met mildheid toe te passen. de cijfers, gegeven in de Memorie van Antwoord, geloof ik, dat men niet kan betwijfelen, of metterdaad is door mij ten deze met mildheid en billijkheid gehandeld. Wanneer intusschen de zaak van het middel-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's